Een bewegingsmelder aansluiten doe je door de voeding en de lamp op de juiste klemmen van de melder aan te sluiten. Bij een veelgebruikte aansluiting gaat de fasedraad naar L, de nuldraad naar N en de schakeldraad naar de uitgang voor de lamp. Schakel eerst de stroom uit en controleer of de draden echt spanningsloos zijn.
De aansluiting verschilt per model. Volg daarom het aansluitschema van de fabrikant: een klem met dezelfde naam heeft niet bij elke melder dezelfde functie.
Controleer de plek en de aansluiting
Bepaal eerst waar de melder moet komen. Richt hem op de plek waar je beweging wilt herkennen, zoals de toegang tot een gang of het pad naar de voordeur. Houd rekening met de kijkhoek en het bereik van het apparaat. Plaats een buitenmelder op een plek waarvoor hij geschikt is en let op de bescherming tegen vocht.
Kijk ook welke draden op de montageplek aanwezig zijn. Niet iedere melder past op iedere bestaande aansluiting. Sommige melders hebben een nuldraad nodig, terwijl andere zonder aparte nuldraad werken. Ontbreekt een benodigde draad of is de bedrading niet duidelijk? Laat de aansluiting dan beoordelen door een elektricien.
Controleer vóór het aansluiten of de melder geschikt is voor het type lamp en het aangesloten vermogen. Vooral bij ledlampen kan een ongeschikte combinatie zorgen voor knipperen of een lamp die zwak blijft branden.
Welke draden sluit je aan?
Bij een veelgebruikte aansluiting voor een losse bewegingsmelder kom je deze verbindingen tegen:
- L: de ingang voor de fasedraad van de voeding, meestal bruin.
- N: de aansluiting voor de nuldraad, meestal blauw. Ook de lamp heeft een verbinding met de nul nodig.
- L’ of een ander uitgangssymbool: de geschakelde uitgang naar de lamp, vaak verbonden met een zwarte schakeldraad.
- Aarde: de geelgroene beschermingsdraad, voor onderdelen die een aardverbinding nodig hebben.
De geschakelde uitgang kan ook anders zijn aangeduid, bijvoorbeeld met L1. Neem niet aan dat dit bij jouw melder zo is: controleer de betekenis in het aansluitschema. De aarddraad hoort niet op L, N of de geschakelde uitgang. Heeft een onderdeel een aardklem, dan moet die volgens het schema worden aangesloten.
Bewegingsmelder aansluiten in stappen
Voor de montage heb je onder meer een geschikte schroevendraaier, striptang, tweepolige spanningstester en passende bevestigingsmaterialen nodig. Gebruik alleen aansluitmateriaal dat geschikt is voor de aanwezige draden en de montageplek.
- 1. Schakel de stroom uit. Zet de betreffende groep uit in de meterkast en voorkom dat iemand die tijdens het werk weer inschakelt.
- 2. Controleer of de installatie spanningsloos is. Meet met een tweepolige spanningstester op alle betrokken draden. Controleer de tester voor en na de meting op een bekende spanningsbron. Een gewone spanningzoeker is hiervoor niet voldoende.
- 3. Maak de aansluitingen bereikbaar. Open de melder en voer de kabels in via de daarvoor bedoelde opening. Strip de draden op de lengte die bij de klemmen past.
- 4. Sluit de draden aan. Verbind de voeding en de lamp met de juiste klemmen volgens het schema. De nul van de lamp moet met de nul van de voeding zijn verbonden, eventueel via een geschikte lasklem. Stop niet zomaar meerdere draden in één klem.
- 5. Controleer en monteer. Kijk of de draden vastzitten, er geen bloot koper buiten de klemmen steekt en eventuele aardverbindingen zijn aangesloten. Bevestig de melder en sluit de behuizing.
- 6. Schakel de stroom in en test. Loop door het detectiegebied en kijk of de lamp aan en na verloop van tijd weer uit gaat. Stel de melder zo nodig bij.
Weet je niet zeker welke draad welke functie heeft, of wijkt de installatie af van het schema? Stop dan met aansluiten. Draadkleuren alleen geven bij een oudere of aangepaste installatie niet altijd genoeg zekerheid.
Een lamp met ingebouwde sensor aansluiten
Bij een lamp met ingebouwde bewegingssensor hoef je geen losse melder tussen de voeding en de lamp te plaatsen. De sensor is al onderdeel van het armatuur. Je sluit de voeding aan op de daarvoor bedoelde klemmen van de lamp en verbindt de aarde als het armatuur daarvoor een aansluiting heeft.
Ook hier geldt: schakel de groep uit en controleer of de draden spanningsloos zijn voordat je begint. Zorg bij een buitenlamp dat de kabelinvoer en behuizing goed sluiten, zodat er geen vocht bij de aansluitingen kan komen.
De bewegingsmelder instellen en testen
Veel melders hebben instellingen voor de brandtijd en de hoeveelheid omgevingslicht. De brandtijd bepaalt hoe lang de lamp na de laatste detectie blijft branden. Met de lichtinstelling bepaal je of de melder ook overdag reageert of pas wanneer het donkerder is.
Sommige modellen hebben een instelling voor gevoeligheid of bereik. Reageert de lamp op voorbijgangers buiten je terrein, draai de sensor dan iets weg of verklein het bereik als dat kan. Reageert hij juist niet wanneer je nadert, controleer dan of je door het detectiegebied loopt en of de lichtinstelling testen overdag toestaat.
Veelgestelde vragen
Kan ik twee bewegingsmelders op één lamp aansluiten?
Dat kan bij sommige melders, maar niet bij alle modellen. De uitgangen en de lamp moeten geschikt zijn voor de gekozen aansluiting. Laat een elektricien beoordelen of de melders samen kunnen werken en hoe ze veilig moeten worden aangesloten.
Waarom blijft de lamp branden?
Controleer eerst de ingestelde brandtijd. Nieuwe beweging binnen het bereik kan de tijd opnieuw laten ingaan. Ook een warmtebron, een verkeerde aansluiting of een ongeschikte combinatie met de lamp kan een rol spelen.
Kan ik een bewegingsmelder zelf aansluiten?
Dat kan als je weet hoe je veilig spanningsloos werkt en het aansluitschema begrijpt. Laat het werk over aan een elektricien als de bedrading onduidelijk is of als je niet veilig kunt vaststellen dat er geen spanning meer op staat.
Test de melder na de montage ook op het moment waarop je hem wilt gebruiken. Zo merk je of de lamp op de juiste plek en bij de gewenste hoeveelheid licht inschakelt.



