Een internetaansluiting in de meterkast gebruik je door het aansluitpunt van je provider met het juiste modem te verbinden. Welk aansluitpunt en welke kabel je nodig hebt, hangt af van je verbinding: glasvezel, kabelinternet of DSL. Daarna sluit je het modem aan op stroom en wacht je tot het verbinding heeft.
Het aansluitpunt zit vaak in de meterkast, maar kan ook ergens anders in huis zitten. Gebruik de onderdelen uit het installatiepakket van je provider: een aansluiting die op de juiste stekker lijkt, is niet altijd het actieve aansluitpunt.
Welk internetpunt zit er in de meterkast?
Kijk eerst welk aansluitpunt bij je abonnement hoort. In een woning kunnen namelijk meerdere aansluitpunten aanwezig zijn, ook als je er maar één gebruikt.
- Glasvezel: meestal een klein kastje op de muur, met daarop of daarnaast een apparaat dat het signaal geschikt maakt voor het modem.
- Kabelinternet: een aansluitpunt voor een ronde coaxkabel. Daarop wordt een geschikt kabelmodem aangesloten.
- DSL: een telefoonaansluiting waarop je het DSL-modem aansluit. Dit punt kan ook buiten de meterkast zitten.
Een netwerkpoort in de muur is iets anders dan het punt waar internet je woning binnenkomt. Zo’n poort kan bijvoorbeeld verbonden zijn met een kamer, maar levert niet vanzelf een internetverbinding.
Internet aansluiten in de meterkast
Heb je het juiste aansluitpunt en het installatiepakket gevonden? Volg dan deze stappen:
- Maak ruimte. Zorg dat het modem stevig staat, voldoende lucht krijgt en dat je bij een bestaand stopcontact kunt.
- Verbind het modem met het aansluitpunt. Gebruik de kabel uit het pakket. Bij glasvezel loopt die vaak van het glasvezelkastje naar de WAN- of internetpoort van het modem. Bij kabelinternet of DSL gebruik je de aansluiting die bij dat modem hoort.
- Sluit de stroom aan. Sommige glasvezelkastjes hebben ook een eigen stroomadapter nodig. Controleer of beide apparaten stroom krijgen.
- Wacht tot het modem is opgestart. De lampjes geven aan of er verbinding is. Wat de kleuren en symbolen betekenen, staat in de handleiding van je provider.
- Test de verbinding. Verbind een apparaat met wifi of met een netwerkpoort op het modem en controleer of je een website kunt openen.
Heeft je glasvezelapparatuur een andere indeling? Sluit de onderdelen dan aan zoals je provider aangeeft. Trek niet aan de dunne glasvezelkabel en maak het aansluitpunt niet zelf open.
Modem in de meterkast: let op wifi en kabels
Een modem in de meterkast staat dicht bij het aansluitpunt, maar de kastdeur en omliggende muren kunnen het wifi-signaal verzwakken. Merk je dat vooral verder van de meterkast? Dan kan een wifi-punt op een andere plek helpen. Een verbinding via een netwerkkabel naar dat punt is vaak een goede keuze.
Voor een apparaat in een andere kamer gebruik je een LAN-poort op het modem. Soms liggen er al netwerkkabels vanuit de meterkast naar andere kamers. Controleer dan welke poort bij welke kamer hoort.
Leg kabels zo dat de meterkast toegankelijk blijft en ze niet klem komen te zitten. Werk niet zelf aan de elektrische installatie als er geen geschikt stopcontact aanwezig is.
Geen werkende aansluiting gevonden?
Kijk of het aansluitpunt misschien in de woonkamer, hal of een andere ruimte zit. Controleer ook of de stekkers goed vastzitten en of het modem en eventuele glasvezelkastje stroom krijgen. Is het modem aangesloten maar blijft de verbinding uit, neem dan contact op met je provider. Die kan nagaan of de dienst actief is en of een monteur nodig is.
Heb je nog geen aansluitpunt voor het netwerk van je provider? Laat dan eerst beoordelen waar dit kan komen. Een werkend modem in de meterkast heeft een actief aansluitpunt nodig, niet alleen een kabel naar de rest van het huis.



