Aarde aansluiten in de meterkast: waar komt de aarddraad?

aarde aansluiten meterkast

De aarde aansluiten in de meterkast gebeurt via de aardrail of aardklem van de groepenkast. Die moet verbonden zijn met de hoofdaardklem, die op haar beurt is aangesloten op een geschikte aardvoorziening. Laat een elektricien controleren hoe jouw aansluiting is uitgevoerd en de verbinding maken of herstellen.

Een draad op de aardrail is namelijk alleen veilig als ook de rest van de aardverbinding in orde is. Een aardlekschakelaar vervangt die verbinding niet.

Waar sluit je de aarde aan in de meterkast?

In de groepenkast zitten de aarddraden van de groepen op een aardrail. Deze rail is meestal te herkennen aan het aardesymbool. Vanaf de rail loopt een beschermingsgeleider naar de hoofdaardklem, ook wel hoofdaardrail genoemd. Die klem zit vaak in of bij de meterkast.

De hoofdaardklem is verbonden met de aardvoorziening van de woning. Afhankelijk van de aansluiting is dat bijvoorbeeld een eigen aardelektrode, zoals een aardpen, of een aardvoorziening via het elektriciteitsnet. Daarnaast kunnen op de hoofdaardklem verbindingen met metalen leidingen zijn aangesloten. Die helpen gevaarlijke spanningsverschillen te beperken.

De verbinding loopt dus in grote lijnen zo:

  • Aarddraden van de groepen naar de aardrail in de groepenkast.
  • Aardrail naar de hoofdaardklem.
  • Hoofdaardklem naar de aardvoorziening van de woning.

De precieze plaats en uitvoering verschillen per meterkast. Een losse draad bij de kast is niet automatisch een bruikbare aarde. Laat vaststellen waar de draad naartoe loopt voordat hij wordt aangesloten.

Aarde aansluiten in de meterkast: laat dit controleren

Een elektricien controleert eerst welk aardingssysteem aanwezig is en of de aardrail en hoofdaardklem goed zijn verbonden. Daarna beoordeelt hij of de geleider en de aansluitklem geschikt zijn voor de installatie. Ook kijkt hij of de verbindingen stevig en goed bereikbaar zijn.

Hoe dik de aarddraad moet zijn, hangt onder meer af van de functie van de draad, de beveiliging en de uitvoering van de installatie. De draad tussen een aardpen en de hoofdaardklem kan bijvoorbeeld andere eisen hebben dan een aarddraad van een groep. Neem daarom niet zomaar de dikte van een bestaande draad over.

Na het aansluiten controleert de elektricien de verbinding met passende metingen. Bij een eigen aardelektrode kan een aardverspreidingsweerstandsmeting nodig zijn. Bij een aardvoorziening via het net wordt onder meer beoordeeld of de foutstroom voldoende snel tot uitschakeling leidt. Aan alleen de aanwezigheid van een draad kun je dat niet zien.

Wat als de aardrail niet is aangesloten?

Zie je dat de aardrail geen verbinding heeft met de hoofdaardklem, laat dit dan zo snel mogelijk beoordelen. Sluit de rail niet zelf aan op een willekeurige metalen leiding of op de nul. De nul en aarde hebben verschillende functies en zijn niet zomaar uitwisselbaar.

In oudere woningen kan een waterleiding onderdeel zijn geweest van de aardvoorziening. Vertrouw daar niet zonder controle op: een deel van de leiding kan bijvoorbeeld door kunststof zijn vervangen. Ook een gasleiding is geen vervanging voor een geschikte aardvoorziening.

Kun je de aarddraad zelf aansluiten?

Werk in de groepenkast brengt risico op een elektrische schok mee. Ook na het uitschakelen van de hoofdschakelaar kunnen delen van de aansluiting nog onder spanning staan. Verzegelde onderdelen zijn niet bedoeld om zelf te openen.

Laat daarom een elektricien de aarde aansluiten en doormeten. Vraag na afloop of de aardrail, de hoofdaardklem en de aardvoorziening samen zijn gecontroleerd. Zo weet je niet alleen dat de draad vastzit, maar ook dat de aardverbinding geschikt is voor jouw meterkast.

Scroll naar boven