Wil je de stroom uitschakelen in de meterkast? Zet dan de hoofdschakelaar op stand 0 of ‘uit’. Daarmee schakel je normaal gesproken de stroom naar de groepen in huis uit. Wil je maar één deel van het huis uitschakelen, zet dan de bijbehorende groepsschakelaar uit.
Controleer altijd of de stroom daadwerkelijk uit is voordat je aan een elektrische aansluiting werkt. Ook met de hoofdschakelaar uit kunnen delen in de meterkast zelf nog onder spanning staan.
Alle stroom uitschakelen in de meterkast
Met de hoofdschakelaar schakel je de groepen in één keer uit. Houd er rekening mee dat bijvoorbeeld de koelkast, verwarming en internetverbinding dan ook uitvallen.
- Schakel gevoelige apparaten uit en sla eventueel werk op je computer op.
- Zoek de schakelaar met de aanduiding ‘hoofdschakelaar’.
- Zet deze op stand 0 of ‘uit’. Kijk naar de aanduiding op de schakelaar: ga niet alleen af op de richting van de hendel.
- Controleer of de stroom op de gewenste plek uit is. Voor werk aan een aansluiting moet je de spanning controleren met een geschikte tweepolige spanningstester.
De inkomende aansluiting en de delen vóór de hoofdschakelaar kunnen nog onder spanning staan. Open de groepenkast daarom niet en raak geen bedrading of aansluitingen in de kast aan.
Alleen de stroom van één groep uitzetten
Wil je de rest van het huis van stroom voorzien, dan kun je de groepsschakelaar van het betreffende deel uitzetten. Kijk op de groepenkaart welke schakelaar bij de ruimte of aansluiting hoort. Een kaart kan verouderd of onjuist zijn, dus controleer altijd of je de juiste groep hebt uitgeschakeld.
Bij een stopcontact kun je eerst een lamp aansluiten en kijken of die uitgaat wanneer je de groep uitschakelt. Dat is een handige eerste controle, maar geen bewijs dat alle delen van een aansluiting spanningsloos zijn.
Ga je aan bedrading werken? Controleer met een tweepolige spanningstester op de werkplek of er geen spanning meer staat. Controleer ook de werking van de tester vóór en na de meting op een punt waarvan je weet dat er spanning op staat. Een spanningzoeker met alleen een lampje is hiervoor niet voldoende. Schakel een elektricien in als je niet weet hoe je veilig moet meten.
Voorkom dat de stroom onverwacht terugkomt
Laat huisgenoten weten dat de stroom uit moet blijven. Zorg dat niemand de schakelaar tijdens het werk weer aanzet, bijvoorbeeld door de schakelaar te vergrendelen als dat mogelijk is en er een waarschuwing bij te hangen.
Ook zonnepanelen, een thuisbatterij of een noodstroomvoorziening kunnen een installatie of een deel daarvan van stroom voorzien. Schakel een elektricien in als je niet zeker weet hoe deze zijn aangesloten. Ga er niet van uit dat de hoofdschakelaar iedere stroombron uitschakelt.
Ontbreekt een duidelijke hoofdschakelaar, zoals soms bij een oudere kast? Laat een elektricien beoordelen hoe je de installatie veilig uitschakelt. Verwijder geen verzegelingen en open de kast niet zelf.
De stroom weer inschakelen
Controleer eerst of het werk klaar is, afdekkingen teruggeplaatst zijn en niemand meer aan de aansluiting werkt. Zet daarna de hoofdschakelaar of groepsschakelaar weer op stand I of ‘aan’.
Blijft een schakelaar niet aan of schakelt hij direct weer uit? Blijf hem niet opnieuw inschakelen. Laat de oorzaak controleren door een elektricien.



