Hoe werkt een rookmelder? Een rookmelder herkent rookdeeltjes in de lucht en geeft een luid alarm als er genoeg rook in de melder komt. De meeste rookmelders in huis werken met een lichtbron en een lichtgevoelige sensor. Rookdeeltjes verstrooien het licht, waarna de melder alarm slaat.
Hoe werkt een rookmelder met een lichtsensor?
In een optische rookmelder zit een kleine, donkere ruimte: de rookkamer. Daarin bevinden zich een lichtbron en een sensor die licht kan waarnemen. Als de lucht schoon is, valt het licht niet op de sensor.
Komt er rook in de rookkamer, dan botsen de rookdeeltjes tegen de lichtstraal. Ze verstrooien het licht, waardoor een deel ervan op de sensor valt. De elektronica in de melder herkent die verandering en schakelt het alarm in.
De melder hoeft de vlammen dus niet te zien. Ook bij een smeulende brand, waarbij veel rook ontstaat voordat er grote vlammen zijn, kan een optische melder waarschuwen. De rook moet wel eerst de melder bereiken.
Andere manieren om rook en brand te herkennen
Niet iedere rookmelder gebruikt alleen een lichtsensor. Er bestaan ook melders met een ander meetprincipe of met meerdere sensoren:
- Ionisatiemelder: meet een kleine elektrische stroom in een meetkamer. Rookdeeltjes veranderen die stroom, waarna de melder alarm geeft. Dit type bevat een radioactieve bron en moet via de leverancier op de juiste manier worden afgevoerd.
- Multisensormelder: combineert meestal een optische sensor met een temperatuursensor. Door beide metingen te gebruiken, kan de melder verschillende soorten brand herkennen en soms ongewenst alarm beperken.
Een hittemelder werkt anders dan een rookmelder: die reageert op temperatuur, niet op rookdeeltjes. Ook een koolmonoxidemelder heeft een andere taak. Een gewone rookmelder waarschuwt niet voor koolmonoxide.
Van rookdetectie naar een hoorbaar alarm
De sensor stuurt zijn meting door naar de elektronica van de melder. Herkent die voldoende rook, dan gaat de ingebouwde sirene af. Zo krijg je een waarschuwing, ook als je de rook zelf nog niet hebt gezien of geroken.
Bij koppelbare rookmelders kan één melder ook een signaal naar de andere melders sturen. Die geven dan eveneens alarm, zodat je de waarschuwing op meerdere plekken hoort. De koppeling kan met bedrading of draadloos werken, afhankelijk van het systeem.
Sommige slimme melders kunnen daarnaast een melding naar een telefoon sturen. Het geluid van de melder zelf blijft belangrijk: voor een melding op afstand zijn de verbinding en instellingen van het systeem nodig.
Wat controleer je met de testknop?
Met de testknop controleer je of de melder een alarmsignaal kan geven. Druk de knop in totdat het alarm klinkt. Test bij gekoppelde melders ook of de andere melders reageren. Test elke melder ongeveer eens per maand.
Een test met de knop bewijst niet altijd dat rook goed in de rookkamer kan komen. Houd de melder daarom schoon en volg de instructies van de fabrikant. Gebruik geen open vuur om de rookmelder te testen.
Hoor je een echt alarm, controleer dan niet eerst uitgebreid de werking van de sensor. Verlaat de woning bij rook of brand en bel buiten 112.



