Kabels verbinden doe je met een verbindingsmiddel dat past bij de draden en de plek waar de verbinding komt. Voor vaste elektriciteitsdraden wordt vaak een lasklem in een geschikte lasdoos gebruikt. Voor een flexibel snoer kan een daarvoor bedoelde kabelverbinder met trekontlasting nodig zijn. Werk aan de vaste elektrische installatie laat je uitvoeren door een vakbekwaam elektricien.
De juiste keuze hangt onder meer af van het soort draad, de dikte en de omstandigheden. Een verbinding moet goed contact maken, afgeschermd zijn en niet los kunnen raken door trekken aan de kabel.
Welke manieren zijn er om kabels te verbinden?
Er zijn verschillende verbindingsmiddelen. Ze zijn niet allemaal geschikt voor dezelfde kabels of omstandigheden.
- Lasklem: een klem waarin je aders steekt of met een hendeltje vastzet. Dit is een veelgebruikte keuze voor verbindingen in een lasdoos. Gebruik een klem die geschikt is voor het type en de dikte van de vaste of flexibele aders.
- Lasdop: een dop voor het verbinden van geschikte installatiedraden. De toepassing hangt af van het type dop en de toegestane draden.
- Schroefklem of kroonsteen: hierin zet je de aders met schroeven vast. De klem moet geschikt zijn voor de gebruikte aders en in een passende behuizing zitten. Een losse kroonsteen is geen complete verbinding voor een snoer waaraan getrokken kan worden.
- Krimpverbinder: een verbindingshuls die met een passende krimptang wordt vastgezet. Hiervoor heb je het juiste type huls en gereedschap nodig.
- Kabelverbinder of verbindingsmof: een behuizing voor het verbinden van complete kabels. Er zijn uitvoeringen voor binnen en voor vochtige plekken. Kies een uitvoering die past bij de omgeving en de kabel.
Een lasklem is handig als je draden bij elkaar brengt of aftakt. Een kabelverbinder is vaak geschikter als twee snoeren in elkaars verlengde komen te liggen. Trekontlasting houdt de kabel vast, zodat een ruk aan het snoer niet direct aan de aansluiting trekt.
Kabels verbinden met een lasklem
Een lasklem verbindt de afzonderlijke aders, niet de hele kabel in één keer. Elke klem is bedoeld voor een bepaald aantal aansluitingen en een bepaalde dikte en soort draad. Voor een aftakking heb je een klem met voldoende openingen nodig.
Bij het maken van de verbinding zijn dit de aandachtspunten:
- Schakel de betrokken stroomkring uit en zorg dat niemand die tijdens het werk weer inschakelt.
- Controleer op de werkplek of de draden spanningsloos zijn met een geschikte tweepolige spanningstester. Controleer de werking van de tester voor en na de meting.
- Gebruik een klem die past bij de ader en volg de aangegeven striplengte. De adereinden moeten schoon en onbeschadigd zijn.
- Steek elke ader volledig in een eigen opening van de klem en sluit eventuele hendels. Met een lichte trekproef stel je vast of de aders vastzitten.
- Zorg dat er geen blank koper buiten de klem zichtbaar is en plaats de verbinding in een geschikte, gesloten behuizing.
Zijn aders beschadigd of is niet duidelijk welke functie ze hebben? Maak de verbinding dan niet op goed geluk. Een elektricien kan vaststellen welke draden bij elkaar horen en hoe de aansluiting veilig gemaakt kan worden.
Vaste en flexibele draden combineren
Een vaste ader bestaat uit één massieve draad. Een flexibele ader bestaat uit veel dunne koperdraadjes. Niet elke klem kan beide soorten betrouwbaar vasthouden.
Wil je een flexibele draad met een vaste draad verbinden, kies dan een klem die voor beide geschikt is. Sommige klemmen zijn geschikt voor flexibel draad met losse draadjes, terwijl bij andere een adereindhuls nodig is. Zo’n huls houdt de dunne draadjes bij elkaar en wordt met een passende tang vastgezet.
Gebruik geen adereindhuls als de fabrikant van de klem dat niet toestaat. Vertin een flexibel adereinde ook niet zomaar voor een schroefklem: het soldeer kan onder druk vervormen, waardoor de verbinding los kan raken.
Welke draden verbind je met elkaar?
Verbind alleen aders die dezelfde functie hebben en bij de bedoelde stroomkring horen. In moderne installaties geven kleuren vaak een aanwijzing over de functie van aders. Bij oudere of aangepaste bedrading kan een kleur iets anders betekenen dan je verwacht.
Verbind ook aders met dezelfde kleur alleen als ze dezelfde functie hebben en bij de bedoelde stroomkring horen. Een verkeerde verbinding kan kortsluiting of een gevaarlijke situatie veroorzaken. Laat bij onduidelijke bedrading de functie van de aders vaststellen door een elektricien.
Een verbinding beschermen tegen vocht en trekken
Een verbinding voor een droge binnenruimte is niet automatisch geschikt voor een vochtige plek. Kies daar een behuizing die voor de omstandigheden en de gebruikte kabels is bedoeld. Ook de kabelinvoeren moeten goed aansluiten, anders kan vocht alsnog naar binnen komen.
Bij vaste bedrading beschermt een geschikte lasdoos de verbinding tegen aanraking en beschadiging. Houd de verbinding bereikbaar voor controle of onderhoud. Prop de doos niet zo vol dat draden en klemmen onder spanning komen te staan.
Bij een snoer is daarnaast trekontlasting nodig. Een klem die elektrisch goed vastzit, voorkomt op zichzelf niet dat beweging aan de kabel de verbinding belast.
Veelgestelde vragen over kabels verbinden
Hoe verbind je drie elektriciteitsdraden met elkaar?
Dat kan met een klem met drie geschikte aansluitingen, mits de drie aders dezelfde functie hebben en met elkaar verbonden mogen worden. Elke ader krijgt een eigen opening. Plaats de klem vervolgens in een geschikte behuizing.
Kun je kabels verbinden zonder te solderen?
Ja. Een lasklem, schroefklem, krimpverbinder of geschikte kabelverbinder kan een alternatief zijn. Welke keuze past, hangt af van het soort kabel en de plek van de verbinding.
Is solderen beter dan een klem gebruiken?
Niet standaard. Solderen kan geschikt zijn voor bepaalde elektronica, maar voor verbindingen in een vaste huisinstallatie zijn daarvoor bedoelde klemmen doorgaans de praktische keuze. Ook een soldeerverbinding moet goed geïsoleerd en tegen trekken beschermd zijn.
Mag je draden in elkaar draaien en afplakken?
Nee, gebruik dat niet als permanente elektrische verbinding. Isolatietape zorgt niet voor een betrouwbare mechanische verbinding en voorkomt niet dat draden losraken. Gebruik een passend verbindingsmiddel en een geschikte behuizing.
Gebruik een klem of kabelverbinder die geschikt is voor de aders en de plek van de verbinding. Zo voorkom je dat een klem wel past, maar niet geschikt is voor de draad of de omstandigheden.



