Een UTP-kabel is een netwerkkabel met getwiste koperdraden, zonder extra afscherming tegen elektrische storingen. Je gebruikt hem om apparaten via een vaste verbinding met een netwerk te verbinden, bijvoorbeeld een computer met een router.
De kabel zorgt ervoor dat apparaten gegevens kunnen uitwisselen. Loopt de verbinding via een router met internet, dan kan een aangesloten apparaat ook internet gebruiken.
Wat is een UTP-kabel en wat betekent de naam?
UTP staat voor Unshielded Twisted Pair. Dat betekent dat de draden in de kabel per twee om elkaar heen zijn gedraaid en dat er geen extra afschermlaag omheen zit.
Een UTP-netwerkkabel heeft meestal acht koperen aders, verdeeld over vier paren. Het draaien van de draden helpt om storing tussen de aderparen te verminderen. Zo kunnen de signalen beter door de kabel gaan.
Rond de aders zit wel een kunststof buitenmantel. Die beschermt de draden tegen beschadiging, maar is geen metalen afscherming tegen elektrische invloeden van buitenaf.
Waarvoor gebruik je een UTP-kabel?
Met een UTP-kabel verbind je apparaten binnen een netwerk. Denk aan een computer, smart-tv, spelcomputer of printer die je met een router verbindt. De gegevens gaan dan via de kabel in plaats van via wifi.
Een vaste verbinding heeft geen draadloos signaal nodig tussen de aangesloten apparaten. Dat kan handig zijn als de wifi op een bepaalde plek zwak is. Het nadeel is dat de kabel tussen de apparaten moet lopen. Daardoor kun je een apparaat minder makkelijk verplaatsen.
Sommige netwerkapparaten kunnen via dezelfde kabel ook stroom krijgen. Dit heet Power over Ethernet, of PoE. Daarvoor moeten de aangesloten apparatuur en de verbinding wel geschikt zijn.
Hoe herken je een UTP-kabel?
Een UTP-kabel heeft vaak aan beide uiteinden een doorzichtig stekkertje met een kliklipje. Die stekker heet een RJ45-stekker. Je ziet daarin kleine metalen contacten en soms ook de gekleurde aders van de kabel.
Niet elke kabel met zo’n stekker is een UTP-kabel. Controleer daarom de tekst op de buitenmantel of de verpakking. De aanduiding U/UTP betekent dat zowel rond de kabel als rond de afzonderlijke aderparen geen extra afscherming zit.
Op de mantel staat vaak ook een categorie, zoals Cat5e of Cat6. Die aanduiding gaat over de prestaties van de kabel; UTP zegt juist iets over de afwezigheid van afscherming. De kleur van de buitenkant vertelt niet of een kabel UTP is.
Wat zijn de beperkingen van een UTP-kabel?
Doordat een UTP-kabel geen metalen afschermlaag heeft, kan hij gevoeliger zijn voor elektrische storing dan een afgeschermde netwerkkabel. Dat kan vooral een rol spelen in de buurt van sterke elektrische apparatuur of wanneer kabels langdurig dicht langs stroomkabels lopen.
De snelheid van een netwerkverbinding hangt niet alleen af van de kabel. Ook de lengte, de aangesloten apparaten en de kwaliteit van de aansluitingen spelen mee. Een snelle kabel maakt een apparaat of internetverbinding daarom niet vanzelf sneller.
Zoek je op een bestaande kabel naar wat voor soort het is, bekijk dan eerst de opdruk op de mantel. Daar kun je meestal zien of het om een onafgeschermde U/UTP-kabel gaat.



