3 fase aansluiting schema uitgelegd

3 fase aansluiting schema

Een 3 fase aansluiting schema laat zien hoe de drie fasen L1, L2 en L3 en de nuldraad via de meter en hoofdschakelaar naar de groepen lopen. Gewone groepen gebruiken één fase en de nul. Een driefasengroep kan alle drie de fasen gebruiken. De aarddraad loopt apart mee als beschermingsleiding.

Zo lees je een 3 fase aansluiting schema

Het onderstaande schema toont de hoofdlijnen van een gebruikelijke aansluiting in een woning. Het is een overzicht, geen werktekening: de precieze indeling en beveiliging hangen af van de meterkast en de aangesloten apparaten.

Onderdeel Plaats in het schema Functie
Netaansluiting Aan het begin Voert L1, L2, L3 en de nul aan.
Hoofdzekeringen Voor de meter Beveiligen de aansluiting. Er is een hoofdzekering per fase.
Elektriciteitsmeter Na de hoofdzekeringen Meet het elektriciteitsverbruik en eventueel de teruglevering.
Hoofdschakelaar Na de meter Schakelt de voeding naar de groepenkast uit.
Beveiligingen en groepen Na de hoofdschakelaar Verdelen de stroom over de aangesloten groepen en beveiligen deze.

Een gewone groep is bijvoorbeeld verbonden met L1 en de nul. Een andere groep kan L2 en de nul gebruiken. Zo worden de groepen over de fasen verdeeld. Een driefasengroep gebruikt L1, L2 en L3 en, als het apparaat dat nodig heeft, ook de nul.

De aardleiding volgt niet dezelfde route als de fasen en de nul. Die is verbonden met de aardvoorziening en loopt via de aardrail naar de groepen. In het overzicht hierboven is die route daarom niet als onderdeel van de voedingslijn getekend.

Welke draden en spanningen zie je in het schema?

In een modern schema kom je doorgaans deze aanduidingen en kleuren tegen:

  • L1, L2 en L3: de drie fasen, meestal bruin, zwart en grijs.
  • N: de nuldraad, meestal blauw.
  • PE: de beschermingsleiding of aarddraad, groen-geel.

Tussen een fase en de nul staat ongeveer 230 volt. Tussen twee verschillende fasen staat ongeveer 400 volt. Dat verschil verklaart waarom een aansluiting met drie fasen zowel gewone 230 volt-groepen als geschikte driefasenapparatuur kan voeden.

Kleuren zijn een hulpmiddel bij het lezen van het schema, maar bewijzen niet hoe een bestaande draad is aangesloten. Vooral in oudere installaties kunnen kleuren afwijken. Laat de functie van een draad daarom vaststellen door een vakbekwaam installateur.

Beveiliging en verdeling in het aansluitschema

Na de hoofdschakelaar staan in het schema beveiligingen voor de afzonderlijke groepen. Een aardlekschakelaar kan meerdere groepen beschermen. Een aardlekautomaat combineert aardlekbeveiliging en groepsbeveiliging in één onderdeel. De uitvoering hangt af van de aangesloten groep.

De verdeling over L1, L2 en L3 verdient aandacht. Als veel apparaten tegelijk dezelfde fase gebruiken, kan juist die fase overbelast raken, ook als de andere fasen weinig stroom leveren. Een installateur kan de groepen passend over de fasen verdelen.

Gebruik het schema om de opbouw te begrijpen, niet om zelf aansluitingen te wijzigen. Ook als de hoofdschakelaar uitstaat, kunnen delen vóór die schakelaar onder spanning staan. De verzegelde delen bij de hoofdaansluiting zijn voor de netbeheerder.

Scroll naar boven