Een hotelschakeling schema laat zien hoe je één lamp vanaf twee plaatsen aan en uit kunt zetten. De fase gaat naar de eerste wisselschakelaar. Tussen de schakelaars lopen twee schakeldraden. Vanaf de tweede schakelaar loopt een schakeldraad naar de lamp.
De lamp krijgt ook een directe verbinding met de nuldraad. Waar nodig wordt de aarddraad op de lamp aangesloten.
Hotelschakeling schema met twee schakelaars
In het onderstaande schema staat welke verbindingen nodig zijn. De twee draden tussen de schakelaars vormen samen het schakelpaar.
| Verbinding | Van | Naar |
|---|---|---|
| Fase | Bruine fasedraad | Gemeenschappelijke klem van schakelaar 1 |
| Eerste draad van het schakelpaar | Een wisselklem van schakelaar 1 | Een wisselklem van schakelaar 2 |
| Tweede draad van het schakelpaar | De andere wisselklem van schakelaar 1 | De andere wisselklem van schakelaar 2 |
| Schakeldraad naar de lamp | Gemeenschappelijke klem van schakelaar 2 | Faseaansluiting van de lamp |
| Nul | Blauwe nuldraad | Nulaansluiting van de lamp |
De gemeenschappelijke klem is vaak herkenbaar aan de letter L of P, of aan een afwijkende kleur. De twee andere klemmen zijn de wisselklemmen en hebben vaak een pijlsymbool. De aanduidingen op de schakelaar of in de handleiding helpen je de gemeenschappelijke klem en de wisselklemmen te herkennen.
De groen-gele aarddraad gaat naar de aardaansluiting van de lamp als het armatuur die heeft. Houd de aardverbinding ook in stand als die verder door de installatie loopt.
Zo lees je de verbindingen in het schema
Elke wisselschakelaar verbindt zijn gemeenschappelijke klem met één van de twee wisselklemmen. Als beide schakelaars via dezelfde draad van het schakelpaar met elkaar verbonden zijn, kan de stroom naar de lamp lopen. De lamp brandt dan.
Zet je één schakelaar om, dan verandert de verbinding en gaat de lamp uit. Zet je daarna de andere schakelaar om, dan kan de lamp weer aan. De stand van een wip betekent daardoor niet altijd hetzelfde: omhoog kan de ene keer aan zijn en de andere keer uit.
In Nederland zijn de schakeldraden meestal zwart. De twee zwarte draden tussen de schakelaars zijn onderling te verwisselen zonder dat de werking verandert. Het maakt voor de werking wel uit dat de draad naar de lamp op de gemeenschappelijke klem van de tweede schakelaar zit.
Veilig controleren voordat je aansluit
Schakel de betreffende groep uit voordat je draden of aansluitklemmen aanraakt. Controleer met een geschikte tweepolige spanningstester of de werkplek spanningsloos is en of de tester vóór en na de meting werkt. Een lamp die niet brandt, bewijst niet dat de draden spanningsloos zijn.
Bepaal bij een bestaande installatie waar de draden naartoe lopen in plaats van alleen op de draadkleuren af te gaan. Draden kunnen anders zijn aangesloten dan je verwacht. Kun je niet vaststellen welke draad waarheen loopt, laat de aansluiting dan door een elektricien controleren.
Werkt de lamp na het aansluiten niet vanaf beide plaatsen? Zet de groep weer uit en laat een elektricien de aansluitingen controleren. Vooral het verschil tussen de gemeenschappelijke klem en de twee wisselklemmen is bepalend in dit schema.



