Rookmelder batterij vervangen in vijf stappen

rookmelder batterij vervangen

Je rookmelder batterij vervangen doe je door de melder los te halen, de oude batterij te verwijderen en een nieuwe batterij op de juiste manier te plaatsen. Zet de melder daarna terug en druk op de testknop. Heeft je rookmelder een vaste batterij die je niet kunt vervangen? Dan vervang je de hele melder.

Rookmelder batterij vervangen: het stappenplan

Pak een stevige huishoudtrap en leg de nieuwe batterij alvast klaar. Controleer op het label of in de handleiding welk type batterij de fabrikant voor jouw melder voorschrijft. Sommige modellen werken alleen goed met een specifiek type.

  • 1. Haal de melder los. Bij veel modellen draai je de melder van de bevestigingsplaat. Een pijl met “off” geeft soms aan welke kant je op moet draaien. Forceer niets als de melder niet loskomt.
  • 2. Verwijder de oude batterij. Open het batterijvak en haal de batterij voorzichtig uit de houder of maak de aansluiting los. Kijk hoe de batterij geplaatst is voordat je hem verwijdert.
  • 3. Plaats de nieuwe batterij. Let op de plus- en minpool en zorg dat de batterij goed aansluit. Zit er een pal in het batterijvak? Druk die bij het plaatsen van de batterij in, zodat het vak goed kan sluiten.
  • 4. Zet de melder terug. Sluit het batterijvak en bevestig de melder weer op de plaat. Bij sommige modellen lukt terugplaatsen niet als de batterij ontbreekt of verkeerd zit. Forceer de melder dan niet, maar controleer de batterij opnieuw.
  • 5. Test de melder. Druk op de testknop totdat het alarm klinkt. Bij sommige modellen moet je de knop enkele seconden ingedrukt houden.

Gaat het alarm niet af tijdens de test? Controleer eerst of de batterij goed vastzit en of de plus- en minpool juist zijn geplaatst. Werkt de melder daarna nog steeds niet, gebruik hem dan niet als beveiliging en vervang de melder.

Wanneer vervang je de batterij?

Een kort piepje dat regelmatig terugkomt, kan betekenen dat de batterij bijna leeg is. Vervang de batterij zodra je dit signaal hoort en wacht niet tot het piepen stopt. Een continu, luid alarm is iets anders: controleer dan direct of er rook of brand is en breng jezelf in veiligheid.

Een rood knipperend lampje betekent niet altijd dat de batterij leeg is. Bij sommige rookmelders laat het lampje juist zien dat de melder werkt. Let daarom op de combinatie van het lampje en een piepsignaal.

Na het plaatsen van de nieuwe batterij

De testknop controleert of de melder een alarmsignaal kan geven. Zo weet je dat je de batterij niet alleen hebt geplaatst, maar dat de melder ook reageert. Controleer meteen of de behuizing weer goed vastzit en het batterijvak gesloten is.

Een rookmelder die op het stroomnet is aangesloten, kan ook een reservebatterij hebben. Maak bij een elektrische aansluiting geen bedrading los om de batterij te vervangen.

Lever de oude batterij in bij een inzamelpunt voor batterijen. Laat de rookmelder na het vervangen niet los op een kast liggen, maar bevestig hem direct terug en test hem.

Scroll naar boven