Een kastschakelaar aansluiten doe je door de stroomdraden van de bestaande schakelaar te verbinden met de aansluitpunten van de kastschakelaar, zodat het licht in de kast automatisch aan- en uitgaat als de deur open- of dichtgaat. Het klinkt eenvoudig, maar de juiste aansluitvolgorde en draadkleuren bepalen of het veilig en correct werkt.
Wat is een kastschakelaar en hoe werkt hij?
Een kastschakelaar (ook wel deurschakelaar of drukknopchakelaar genoemd) is een kleine drukknopschakelaar die je in de kast monteert. Als de deur dicht is, drukt de deur op de knop en gaat het licht uit. Open je de deur, dan springt de knop vrij en gaat het licht aan. Dat principe is hetzelfde als bij een koelkastlamp.
De schakelaar heeft meestal twee of drie aansluitpunten: een voor de fase (de stroomvoerende draad), een voor de nul (retourleiding naar de lamp) en soms een aardklem. Omdat de schakelaar in de fasedraaad zit, onderbreekt hij alleen de stroomvoerende verbinding. Dat is de veiligste manier.
Wat heb je nodig?
- Een kastschakelaar (drukknopchakelaar, verkrijgbaar bij bouwmarkten en elektrotechnische groothandels)
- Tweeledig of drieledig installatiedraad (1,5 mm² is voor kastverlichtng ruim voldoende)
- Een lamp of spot die geschikt is voor de kast
- Schroevendraaier, striptang en eventueel kroonsteentjes of een lasklem
- Een spanningzoeker of multimeter om te controleren of de stroom echt uit staat
Kastschakelaar aansluiten: stap voor stap
Zet eerst de groep waarop je werkt spanning loos via de meterkast. Controleer daarna met een spanningzoeker of er echt geen spanning meer op de draden staat. Werk je aan een bestaande installatie, let dan op dat je de juiste groep hebt gevonden.
- Bepaal waar de stroom vandaan komt. Loopt er al een draad naar een lamp in de kast? Dan sluit je de kastschakelaar aan tussen de voedingsdraad en de lamp. Zo zit de schakelaar in de fasedraad.
- Monteer de kastschakelaar op de juiste plek. Bevestig hem zo dat de deur de knop volledig indrukt als die dicht is. Zit de schakelaar te ver van de deurrand, dan gaat het licht niet uit.
- Sluit de draden aan. De zwarte draad (fase) sluit je aan op het ene aansluitpunt van de schakelaar. Vervolgens loopt een schakelaar-draad (ook zwart of grijs, want het is een geschakelde fase) van het andere aansluitpunt naar de lamp. De blauwe draad (nul) loopt rechtstreeks van de voeding naar de lamp, langs de schakelaar. De geel-groene aardedraad sluit je aan op de aardklem van de fitting.
- Bevestig de lamp of spot. Sluit de fitingdraden aan: blauw op nul, zwart of grijs (geschakelde fase) op de fase van de fitting.
- Test de werking. Zet de stroom terug aan. Druk de knop in: licht uit. Laat los: licht aan. Werkt het andersom, dan zit de schakelaar normaal gesloten in plaats van normaal open gemonteerd. Sommige kastschakelaars hebben daarvoor een omkeerfunctie of een andere aansluiting.
Let op: normaal open of normaal gesloten
Een kastschakelaar heeft vaak twee sets contacten: NO (normally open, normaal open) en NC (normally closed, normaal gesloten). Voor kastverlichtng gebruik je de NO-uitvoering. Dat betekent: geen druk op de knop is stroom door (licht aan), druk op de knop onderbreekt de stroom (licht uit). Sluit je per ongeluk aan op de NC-contacten, dan werkt het precies omgekeerd.
Goedkope kastschakelaars hebben soms alleen één setje contacten en zijn al voorbedraad voor de juiste functie. Lees de bijsluiter of controleer de opdruk op de schakelaar voor je aansluit.
Veelgemaakte fouten
De meest voorkomende fout is de schakelaar in de nuldraad plaatsen in plaats van in de fasedraad. Het licht doet het dan wel, maar de lamp staat technisch gezien altijd onder spanning, ook als het licht uit is. Dat is onveilig en voldoet niet aan de Nederlandse installatieregels (NEN 1010).
Een andere valkuil is een te strakke montage. Als de kastschakelaar te diep weggedrukt wordt door de deur, kan de veermechaniek na verloop van tijd slijten of vastlopen. Monteer de schakelaar zo dat de knop bij een dichte deur net volledig is ingedrukt, maar niet verder.
Wanneer doe je er verstandig aan om een elektricien te bellen?
Werk je aan een vaste installatie in een meterkast of wand, dan is de kans groter dat je tegen bestaande bedrading aanloopt die je niet zomaar mag aanpassen. In dat geval, of als je twijfelt over de draadkleuren of de groepsindeling, is het verstandig een erkend elektricien in te schakelen. Voor een eenvoudige kastverlichtingsinstallatie met een los snoer en stekker mag je als doe-het-zelver in Nederland wél zelf aan de slag.
Een kastschakelaar aansluiten is voor de meeste doe-het-zelvers een goed te doen klus, zolang je de stroom vooraf spanningsloos maakt en de fase en nul niet verwisselt. Neem bij twijfel altijd de tijd om de draden met een spanningzoeker te controleren voor je iets aansluit.



