Voor led spots heb je een specifieke led-dimmer nodig, geen gewone (triac-)dimmer voor gloeilampen. De juiste keuze hangt af van het type led spot dat je hebt, het totale vermogen van je installatie en of de spots al ingebouwd zijn of nog geplaatst worden. Hieronder lees je precies hoe je de goede dimmer kiest.
Waarom je niet zomaar elke dimmer kunt gebruiken
Klassieke dimmers zijn ontworpen voor gloeilampen met een hoog vermogen, vaak minimaal 40 of 60 watt. Een led spot verbruikt veel minder stroom, soms maar 4 tot 7 watt per spot. Een gewone dimmer herkent dat lage vermogen niet goed, waardoor de spots flikkeren, zoemen of helemaal niet dimmen. Een led-dimmer is afgesteld op het lage vermogen van led-verlichting en werkt met een minimum- en maximumbelasting die past bij ledspots.
De twee belangrijkste typen led-dimmers voor spots
Bij ledspots kom je twee technologieën tegen: de fase-aansnijdingsdimmer (leading edge) en de fase-afsnijdingsdimmer (trailing edge). Het verschil zit in de manier waarop ze de wisselstroom inkorten.
- Fase-aansnijding (leading edge): De meest verkochte variant, ook wel de standaard triac-dimmer genoemd. Werkt goed met veel led-drivers die hiervoor geschikt zijn. Goedkoper in aanschaf, maar niet altijd geschikt voor alle led-transformatoren.
- Fase-afsnijding (trailing edge): Werkt stiller en is geschikter voor ledspots op een led-transformator (laagspanning, 12V). Geeft minder kans op gezoen of flikker. Iets duurder, maar levert een soepelere dimmercurve op.
Kijk altijd op de verpakking van je led spot of led-transformator welk type dimmer compatibel is. Staat er “dimmable” of “dimbaar” op de spot, dan is die in principe geschikt, maar de dimmer moet nog steeds van het juiste type zijn.
230V versus 12V ledspots: de dimmer verschilt
Ledspots bestaan in twee uitvoeringen: 230V (direct op het lichtnet) en 12V (via een transformator). Dit maakt uit voor je dimmerkoze.
Bij 230V ledspots sluit je de dimmer direct aan op de fasedraad (bruin) en de schakeldraad (zwart). De meeste wand-dimmers voor led werken in dit geval als fase-aansnijdings- of fase-afsnijdingsdimmer en zijn eenvoudig te monteren in een standaard inbouwdoos.
Bij 12V ledspots zit er een transformator (led-driver) tussen de dimmer en de spots. Je dimt dan feitelijk de transformator, niet de spots zelf. Gebruik in dat geval een dimmer die compatibel is met de specifieke transformator. Kies bij voorkeur een fase-afsnijdingsdimmer, want die werkt stabieler met elektronische led-transformatoren. Let op: gebruik nooit een dimmer die is bedoeld voor 230V spots, als er een transformator in de kring zit.
Minimale en maximale belasting: rekensom die je niet mag overslaan
Elke led-dimmer heeft een minimale en maximale belasting. Een dimmer met een bereik van 3 tot 100 watt heeft dus minimaal 3 watt nodig om goed te werken. Heb je één led spot van 5 watt, dan zit je ruim boven de ondergrens. Maar heb je tien spots van 5 watt samen op één dimmer, dan kom je op 50 watt totaal. Dat moet ook onder het maximum van de dimmer blijven.
Een rekenvoorbeeld: vijf led spots van 6 watt = 30 watt totaal. Een dimmer met een bereik van 3 tot 200 watt is dan geschikt. Een dimmer met een maximum van 25 watt is te krap en kan oververhitten. Reken dit altijd even na voordat je een dimmer koopt.
Slimme dimmers voor ledspots
Wil je de spots bedienen via een app of spraakassistent, dan zijn er ook slimme led-dimmers. Die werken op hetzelfde principe als een gewone led-dimmer, maar zijn verbonden via wifi of zigbee. Populaire merken zijn Philips Hue, IKEA Tradfri en diverse merken die werken met het Zigbee-protocol. Let ook hier op de minimumbelasting en het type dimcurve. Niet alle slimme dimmers werken even goed met alle led-transformatoren bij 12V spots.
Aansluiten: wat heb je nodig?
Voor het aansluiten van een led-dimmer heb je in een standaard situatie alleen een fasedraad (bruin) en een schakeldraad (zwart) nodig. Een nuldraad (blauw) is bij de meeste conventionele dimmers niet vereist. Bij sommige slimme dimmers is een nuldraad wel nodig voor de stroomvoorziening van de module zelf. Controleer dit van tevoren, want niet in elke schakelaar-inbouwdoos ligt een nuldraad.
Twijfel je over de bedrading of heb je een complexe installatie met meerdere schakelaars (wisselschakeling), laat het dan aansluiten door een erkend elektricien. Dat voorkomt fouten die kunnen leiden tot flikker, defecte dimmers of in het ergste geval een brandgevaar.
Kortom: kies voor ledspots altijd een led-dimmer die qua type (fase-aansnijding of fase-afsnijding) past bij je spots of transformator, die de juiste belasting aankan en die compatibel is met jouw specifieke spots. Controleer de verpakking van je ledspots op het dimmertype en reken het totale vermogen even na. Dat zijn de drie stappen die ervoor zorgen dat je dimmer foutloos werkt.



