Dubbele wisselschakelaar aansluiten: 2 lampen met 2 schakelaars bedienen

Met een dubbele wisselschakelaar sluit je 2 lampen aan op 2 schakelaars, zodat je elke lamp vanuit twee verschillende punten kunt bedienen. Denk aan een trap waarbij je het licht zowel boven als beneden aan en uit kunt doen. Op één schakelpunt zitten dan twee lampen tegelijk aangesloten. Hoe je dat correct bekabelt, lees je hieronder stap voor stap.

Wat is een dubbele wisselschakelaar?

Een gewone schakelaar heeft twee standen: aan of uit. Een wisselschakelaar werkt anders: die heeft drie aansluitklemmen en werkt altijd samen met een tweede wisselschakelaar. Samen vormen ze een koppel waarmee je een lamp of groep lampen vanuit twee plaatsen kunt schakelen.

Een dubbele wisselschakelaar doet hetzelfde, maar heeft twee schakelgroepen in één apparaat. Je kunt er dus twee onafhankelijke verlichtingskringen mee aansturen, elk vanuit twee punten. In de praktijk betekent dit: schakelaar A en schakelaar B staan op locatie 1, schakelaar C en schakelaar D staan op locatie 2. Lamp 1 wordt bediend door A en C, lamp 2 door B en D.

Wat heb je nodig voor 2 lampen met 2 schakelaars aansluiten?

  • 2 dubbele wisselschakelaars (elk met 6 aansluitklemmen: 2 x 3)
  • Voldoende installatiekabel (minimaal 3-aderige kabel voor de schakelverbinding)
  • 2 armaturen of lampen
  • Een stopcontactdoos of inbouwdoos per schakelaar
  • Schroevendraaier, striptang en een kabelmes
  • Spanningszoeker of multimeter

Gebruik je een 3-aderige kabel tussen de twee schakelaars, dan heb je per schakelkring een fase, een nul en een schakelader nodig. Voor twee lampen die elk vanuit twee punten schakelbaar zijn, heb je minimaal een 4-aderige kabel (of twee aparte 3-aderige kabels) tussen de schakelaars.

Dubbele wisselschakelaar aansluiten: stap voor stap

Schakel altijd eerst de groep spanningsloos via de groepenkast. Controleer daarna met een spanningszoeker of de bedrading echt spanningsloos is. Pas als dat zeker is, begin je met de aansluiting.

Stap 1: de fase aansluiten. Vanuit de groepenkast komt een fase (bruin of rood) en een nul (blauw) naar de eerste schakelaar. De fase sluit je aan op de middelste klem (de “gemeenschappelijke” klem, vaak aangeduid met L of COM) van de eerste schakelgroep van schakelaar 1.

Stap 2: de schakeldraden verbinden. Tussen schakelaar 1 en schakelaar 2 trek je een kabel met minimaal 4 aders voor twee schakelkringen. Van elke dubbele wisselschakelaar lopen de twee schakelklemmen (de “verdeelklemmen”) via deze kabel naar de bijbehorende klemmen op de tweede schakelaar. Noem ze S1 en S2 voor lamp 1, en S3 en S4 voor lamp 2.

Stap 3: de lampen aansluiten. Vanuit de middelste klem (COM) van schakelaar 2 loopt een draad naar lamp 1. Vanuit de COM van de tweede schakelgroep van schakelaar 2 loopt een draad naar lamp 2. De nul (blauw) sluit je rechtstreeks aan op elke lamp, zonder via de schakelaar te gaan.

Stap 4: controleer de bekabeling. Loop de aansluitingen na voor je de spanning terugstuurt. Controleer of elke COM-klem goed verbonden is, en of de schakeldraden kruislings correct aangesloten zijn (S1 op S1, S2 op S2, enzovoort).

Stap 5: spanning terug en testen. Zet de groep terug aan. Test elke lamp afzonderlijk: bedien schakelaar 1 en schakelaar 2 om te controleren of lamp 1 vanuit beide punten reageert. Herhaal dit voor lamp 2.

Veelgemaakte fouten bij de aansluiting

De meest voorkomende fout is dat de schakeldraden verwisseld worden. Als lamp 1 en lamp 2 allebei reageren op de verkeerde schakelaar, heb je de S1/S2 en S3/S4 omgedraaid. Los dat op door de aders bij één van de schakelaars om te wisselen.

Een andere valkuil is dat de nul-ader via de schakelaar wordt geleid. Dat is niet correct en ook niet veilig: de nul hoort rechtstreeks naar de lamp te gaan. Alleen de fase-ader wordt onderbroken door de schakelaar.

Let ook op de kabelkleurcodes. In Nederland gelden de NEN 1010-normen: bruin of zwart voor fase, blauw voor nul, groen-geel voor aarde. Gebruik je oudere bedrading met afwijkende kleuren, markeer de draden dan duidelijk met tape voordat je aansluit.

Wanneer beter een elektricien inschakelen?

Vervang je bestaande schakelaars door dezelfde uitvoering, dan is dit werk voor de gevorderde doe-het-zelver goed te doen. Maar moet er nieuwe bedrading in de muur worden getrokken, of weet je niet zeker hoe de bestaande installatie in elkaar zit, schakel dan een erkend installateur in. Werken aan vaste elektrische installaties vereist kennis van de NEN 1010-norm, en fouten kunnen brandgevaar of een elektrische schok veroorzaken.

Zit alles goed aangesloten en werken beide lampen vanuit beide schakelaars correct, dan heb je een nette wisselschakeling voor twee onafhankelijke lichtpunten. Check bij twijfel altijd de aansluitschema’s van de fabrikant van je schakelaar, want de klemindeling kan per merk en type iets verschillen.

Scroll naar boven