Kruisschakelaar schema: zo lees en gebruik je het correct

Een kruisschakelaar schema laat zien hoe je een lamp vanuit drie of meer plaatsen kunt bedienen. Daarvoor werk je met twee wisselschakelaars aan de uiteinden en één of meerdere kruisschakelaars daartussenin. Het schema toont precies welke draden je waar aansluit, zodat de schakeling correct werkt.

Wat is een kruisschakelaar en wanneer gebruik je hem?

Een kruisschakelaar is een schakelaar die je tussen twee wisselschakelaars plaatst. Hiermee kun je een lamp bedienen vanuit drie of meer punten tegelijk. Denk aan een lange gang met drie ingangen, een trap met een halve verdieping, of een grote open ruimte met meerdere doorgangen. Vanuit elk punt kun je de lamp aan of uitzetten, ongeacht de stand van de andere schakelaars.

Een kruisschakelaar heeft vier aansluitklemmen: twee ingangen en twee uitgangen. Intern wisselt hij de draden kruislings van positie bij elke schakelbeweging. Dat is het verschil met een wisselschakelaar, die drie klemmen heeft en aan de uiteinden van de schakeling zit.

Het kruisschakelaar schema uitgelegd

In het schema zie je altijd dezelfde basisopbouw. Hieronder staat de logica stap voor stap:

  • Fase (L): de spanningvoerende draad gaat naar de eerste wisselschakelaar.
  • Wisselschakelaar 1: heeft drie klemmen (1 gemeenschappelijk, 2 schakelklemmen). De gemeenschappelijke klem krijgt de fase.
  • Kruisschakelaar(s): zit(ten) tussen de twee wisselschakelaars. De twee ingangen zijn verbonden met de twee schakelklemmen van wisselschakelaar 1. De twee uitgangen gaan door naar wisselschakelaar 2.
  • Wisselschakelaar 2: heeft ook drie klemmen. De twee schakelklemmen zijn verbonden met de uitgangen van de kruisschakelaar. De gemeenschappelijke klem gaat naar de lamp.
  • Nuldraad (N): gaat rechtstreeks naar de lamp, buiten de schakeling om.
  • Lamp: sluit aan op de gemeenschappelijke klem van wisselschakelaar 2 (fase via schakeling) en de nuldraad.

Wil je een vierde schakel punt toevoegen, dan voeg je gewoon een tweede kruisschakelaar toe tussen de bestaande kruisschakelaar en wisselschakelaar 2. Je kunt zo zoveel kruisschakelaars achter elkaar plaatsen als je nodig hebt.

Overzicht van de bedrading per klem

Component Klem Verbinding
Wisselschakelaar 1 Gemeenschappelijk (L) Fase uit groepenkast
Wisselschakelaar 1 Schakelklem 1 en 2 Naar ingangen kruisschakelaar
Kruisschakelaar Ingang 1 en 2 Van schakelklemmen wisselschakelaar 1
Kruisschakelaar Uitgang 1 en 2 Naar schakelklemmen wisselschakelaar 2
Wisselschakelaar 2 Schakelklem 1 en 2 Van uitgangen kruisschakelaar
Wisselschakelaar 2 Gemeenschappelijk Naar lamp (fase)
Lamp N-klem Nuldraad rechtstreeks

Welke kabels gebruik je?

Tussen de wisselschakelaars en de kruisschakelaar heb je telkens twee draden nodig (de zogenoemde schakeldraden). Gebruik hiervoor een tweeadrige kabel, bijvoorbeeld YMVK 2×1,5 mm² of een tweevoudige mantelkabel. Controleer altijd of de kleur van de draden overeenkomt met de standaard bedrading in jouw installatie, zodat je later geen verwarring krijgt bij onderhoud.

Voor de fase en de nuldraad gebruik je de gangbare enkelvoudige draden (1,5 mm² voor normale binnenverlichting). Zorg dat alle verbindingen goed vastgedraaid zijn in de klemmen en dat je geen draad aan de buitenkant bloot laat staan.

Veelgemaakte fouten bij het aansluiten

Een veelgemaakte fout is dat de twee schakeldraden tussen de schakelaars worden omgewisseld. Het licht werkt dan nog, maar de schakelrichting klopt niet meer: bij sommige standen van de andere schakelaars werkt de bedoelde schakelaar niet. Controleer dus altijd welke draad op welke klem zit.

Een andere fout is het gebruik van een gewone schakelaar in plaats van een wisselschakelaar aan de uiteinden. Een gewone schakelaar heeft maar twee klemmen en past niet in deze schakeling. Kijk op de schakelaar zelf of in de productbeschrijving of het om een wisselschakelaar gaat. Die staat vaak aangeduid als “2-polig wissel” of heeft de aanduiding “1-0-2” op de klemmen.

Schakel altijd de stroom uit via de groepenkast voordat je begint. Controleer daarna met een spanningszoeker of de draad echt spanningsloos is, ook al heb je de juiste groep uitgeschakeld.

Als je het schema begrijpt en de juiste componenten gebruikt, is een kruisschakelaar aansluiten goed te doen. Twijfel je aan je eigen elektriciteitskennis, laat de aansluiting dan uitvoeren door een erkend elektricien. Dat is veiliger én voorkomt problemen bij toekomstige keuringen.

Scroll naar boven