Een opbouw schakelaar aansluiten doe je door de bedrading stap voor stap te verbinden met de juiste aansluitklemmen, waarbij de fase, nul en eventueel de aarde op de correcte plaatsen worden aangesloten. Dit is een klus die je zelf kunt uitvoeren als je de stappen goed volgt en de spanning altijd eerst uitschakelt. Hieronder vind je een duidelijk stappenplan voor een standaard opbouw schakelaar én voor een opbouw wisselschakelaar.
Wat is een opbouw schakelaar en wanneer gebruik je die?
Een opbouw schakelaar wordt gemonteerd op de muur, in plaats van verzonken in de muur zoals een inbouwschakelaar. Je ziet ze vaak in garages, schuren, kelders of oudere woningen waar de leidingen ook opbouw lopen. Het grote voordeel is dat je geen muur hoeft open te hakken. De bedrading loopt via een opbouwdoos of rechtstreeks in het behuizing van de schakelaar.
Een wisselschakelaar is een speciale variant waarmee je één lamp vanuit twee verschillende punten kunt bedienen, bijvoorbeeld bovenaan en onderaan een trap. Bij een wisselschakelaar heb je drie aansluitpunten: één voor de inkomende fase (L) en twee voor de wisseldraden (L1 en L2). Een gewone schakelaar heeft maar twee aansluitpunten.
Veiligheid eerst: spanning uitschakelen
Schakel altijd de stroom uit via de groepenkast voordat je begint. Zet de juiste groep of de hoofdschakelaar uit. Controleer daarna met een spanningtester of fasezoeker of de draden die je gaat bewerken echt spanningsloos zijn. Dit is geen stap die je kunt overslaan, ook niet als de schakelaar al jaren niet werkte.
Draag bij voorkeur schoeisel met rubberzolen en werk niet in een vochtige omgeving. Twijfel je aan de situatie in je meterkast of is de bedrading oud en onduidelijk? Laat het dan over aan een erkend elektricien.
Opbouw schakelaar aansluiten: stap voor stap
Hieronder staat de werkwijze voor een standaard enkelvoudige opbouw schakelaar. Voor een wisselschakelaar zie je de afwijkende stappen direct daarna.
- Stap 1: Monteer de opbouwdoos. Schroef de opbouwdoos op de gewenste plek op de muur. Zorg dat hij waterpas zit en stevig vastzit.
- Stap 2: Voer de kabels in. Haal de elektrische kabel door de kabelinvoer van de doos of het behuizing. Gebruik bij opbouwbedrading een flexibele buis of kabelgoot voor een nette afwerking.
- Stap 3: Strip de draden. Verwijder ongeveer 8 tot 10 mm isolatie van elk draadpuntje. Gebruik een draadstrippertje zodat de kern niet beschadigt.
- Stap 4: Sluit de fase aan. De fase (bruine of zwarte draad) gaat op de inkomende aansluiting van de schakelaar, meestal aangeduid met “L” of een cijfer.
- Stap 5: Sluit de uitgaande draad aan. De draad die naar de lamp gaat (ook bruin of zwart, soms gemerkt) gaat op het tweede aansluitpunt.
- Stap 6: Nul en aarde doorverbinden. De nuldraad (blauw) en de aardedraad (geel-groen) lopen bij een schakelaar normaal gesproken door naar de lamp zonder via de schakelaar te gaan. Verbind ze in de opbouwdoos met doorverbindklemmen (lasdoppen of Wago-klemmen).
- Stap 7: Controleer en sluit het behuizing. Trek voorzichtig aan de draden om te controleren of ze stevig vast zitten. Sluit daarna het behuizing van de schakelaar en zet eventuele schroeven vast.
- Stap 8: Test de schakelaar. Zet de stroom terug aan en test of de schakelaar correct werkt.
Opbouw wisselschakelaar aansluiten: de drie aansluitpunten
Bij een wisselschakelaar zijn er drie aansluitpunten. De behuizing van merken als Legrand Plexo geeft deze punten duidelijk aan, meestal als “L”, “L1” en “L2”. De aansluitvolgorde is als volgt:
- L: hierop sluit je de inkomende fase aan (de bruine draad vanuit de groepenkast of het aansluitpunt).
- L1 en L2: op deze twee punten sluit je de twee wisseldraden aan. Dit zijn de draden die de verbinding vormen tussen de twee schakelaaars. Beide schakelaaars hebben dezelfde opbouw: één L-punt en twee wisseldraden (L1 en L2).
Zorg dat de wisseldraden aan beide schakelaaars op dezelfde L1- en L2-posities zitten, anders werkt het wisselcircuit niet goed. Gebruik hiervoor bij voorkeur een kabel met drie aders naast de nul en de aarde, zoals een vijfadrige kabel of een aparte drieadrige schakelkabel.
Veelgemaakte fouten bij het aansluiten
Een veel voorkomende fout is dat de nuldraad per ongeluk door de schakelaar wordt geleid in plaats van de fasedraad. De lamp werkt dan soms toch, maar het is gevaarlijk omdat de lamp onder spanning blijft staan, ook als de schakelaar uit staat. Controleer met een fasezoeker welke draad de fase is voordat je aansluit.
Een andere fout is het gebruik van te korte draadpuntjes in de klemmen. Als er minder dan 8 mm gestript is, kunnen draden loskomen, wat kan leiden tot vonkvorming of uitval. Neem de tijd om dit goed te doen.
Ten slotte: vergeet de aardedraad niet. Bij een metalen behuizing of schakelaar moet de aarde worden aangesloten op het daarvoor bestemde punt. Bij een kunststof behuizing zonder metalen onderdelen is dit niet altijd verplicht, maar controleer de productspecificaties van jouw schakelaar.
Met dit stappenplan sluit je een opbouw schakelaar veilig en correct aan. Werk je met een wisselschakelaar en twijfel je aan de bedradingsschema’s? Zoek dan een aansluitschema op van het exacte model dat je gebruikt, want de posities van L1 en L2 kunnen per fabrikant iets verschillen. Zijn de draden in jouw woning oud, dun of onduidelijk van kleur? Dan is het slim om een elektricien een veiligheidscheck te laten doen voor je zelf aan de slag gaat.



