Schakelaar aansluiten: zo doe je het stap voor stap

Een schakelaar aansluiten doe je door de bruine draad (de fase) aan te sluiten op de klem met de aanduiding P of L, en de zwarte draad van de schakelaar door te verbinden naar de lamp. Dat is de kern, maar er zijn een paar dingen die je vooraf goed moet regelen om het veilig en correct te doen.

Veiligheid eerst: spanning wegschakelen

Voordat je ook maar één draad aanraakt, zet je de stroom uit via de groepenkast. Schakel de juiste groep uit en controleer daarna met een spanningzoeker of faspentoetser of er echt geen spanning meer op de draden staat. Dit is geen overbodige voorzorgsmaatregel: ook als je denkt dat de groep uit is, kan er op de aardedraad of op andere draden spanning staan als er iets niet klopt in de installatie.

Houd er ook rekening mee dat elektrisch werk in Nederland wettelijk alleen door een erkend installateur mag worden uitgevoerd als het gaat om aanleg of wijziging van vaste installaties. Een schakelaar vervangen op een bestaand aansluitpunt valt doorgaans in een grijs gebied, maar twijfel je? Laat het dan over aan een vakman.

Wat heb je nodig?

  • Schroevendraaier (plat en kruis)
  • Spanningzoeker of faspentoetser
  • Striptang of een scherp mes
  • Nieuwe schakelaar (let op het type: enkelvoudig, wisselschakelaar of serieschakelaar)

Controleer ook wat voor type schakelaar je nodig hebt. Voor één lamp met één schakelaar gebruik je een gewone enkelvoudige schakelaar. Wil je een lamp vanuit twee plekken bedienen, dan heb je een wisselschakelaar nodig. Dat is een ander aansluitschema.

Schakelaar aansluiten: de stappen

Bij een standaard enkelvoudige schakelaar werk je met de volgende stappen:

  • Stap 1: Zet de spanning uit via de groepenkast en controleer met een spanningzoeker.
  • Stap 2: Verwijder de oude schakelaar door de kap los te draaien en de bedrading los te koppelen. Noteer of maak een foto van hoe de draden zaten.
  • Stap 3: Strip de draden indien nodig: verwijder ongeveer 8 tot 10 mm isolatie.
  • Stap 4: Sluit de bruine draad aan op de klem met de aanduiding P of L. Dit is de fase.
  • Stap 5: Sluit de zwarte draad aan op de andere klem van de schakelaar. Deze draad loopt door naar de lamp.
  • Stap 6: Bevestig de schakelaar in de inbouwdoos en zet de kap er weer op.
  • Stap 7: Zet de stroom weer aan en test de schakelaar.

Welke draad gaat waarheen?

In een Nederlandse installatie zijn de draadkleuren als volgt: bruin is de fase (de “live” draad), blauw is de nul, en geel-groen is de aarde. Bij een schakelaar gaat de bruine draad naar de ingang van de schakelaar (klem L of P). De draad die verder naar de lamp loopt, is de schakeldraadd. Die is in oudere installaties soms zwart gekeurd, in nieuwere installaties wordt ook wel bruin gebruikt voor de schakelaar naar de lamp.

In oudere woningen kom je soms grijs, zwart of andere kleuren tegen. Herken je de kleuren niet, gebruik dan een spanningzoeker om te bepalen welke draad de fase is. Gok nooit.

Veelgemaakte fouten bij het aansluiten

Een veelgemaakte fout is de fase en de schakeldraad omwisselen. De schakelaar werkt dan misschien toch, maar de lamp staat “verkeerd” in het circuit: ook als de schakelaar uit staat, staat er nog spanning op de fitting. Dat is gevaarlijk bij het verwisselen van een lamp.

Een andere fout is het niet goed vastzetten van de draden in de klemmen. Een los contact geeft weerstand, wat warmte veroorzaakt en op termijn brandgevaar oplevert. Trek na het aansluiten altijd even aan de draden om te controleren of ze stevig vast zitten.

Zorg ook dat de isolatie tot dicht bij de klem loopt en er geen bloot koper uitsteekt buiten de klem. Dat voorkomt kortsluiting.

Een schakelaar aansluiten is bij een bestaand aansluitpunt goed te doen als je de basisprincipes kent en de veiligheidsregels volgt. Twijfel je over de draden, de situatie in jouw meterkast of het type schakelaar dat je nodig hebt, schakel dan een erkend installateur in. Dat is altijd de veiligste keuze.

Scroll naar boven