Als de aardlekschakelaar uitvalt, is dat niet op zichzelf gevaarlijk: de schakelaar onderbreekt juist de stroom om je te beschermen. De oorzaak kan wél gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld een beschadigd apparaat of vocht bij een elektrische aansluiting. Zet de schakelaar daarom niet steeds opnieuw aan zonder de oorzaak te zoeken.
Wanneer is een uitgevallen aardlekschakelaar gevaarlijk?
Een aardlekschakelaar valt uit als hij een verschil meet tussen de stroom die weggaat en terugkomt. Dat kan komen door lekstroom: stroom die via een ongewenste weg wegloopt. Daardoor kun je bij een defect apparaat of een beschadigde aansluiting een elektrische schok krijgen. Een fout in de installatie kan ook brandgevaar opleveren.
Het uitvallen betekent niet automatisch dat er direct brand ontstaat. Soms is de oorzaak een tijdelijk probleem of een combinatie van kleine lekstromen. Maar ook dan weet je nog niet zeker of de installatie veilig is. Blijft de schakelaar na het terugzetten aan, dan is dat geen bewijs dat de oorzaak verdwenen is.
Let vooral op signalen zoals een brandlucht, rook, vonken of vocht in de meterkast. Raak in die situatie de kast en de schakelaars niet aan. Ga bij rook of brand naar buiten en bel 112. Houd ook anderen uit de buurt van de gevaarlijke plek.
Wat kun je veilig zelf doen?
Zie of ruik je geen direct gevaar en is de meterkast droog? Dan kun je proberen te achterhalen waar de storing zit. Gebruik alleen de schakelaars en stekkers. Maak geen stopcontacten, apparaten of de groepenkast open.
- Zet de groepen uit die op de uitgevallen aardlekschakelaar zijn aangesloten. Trek stekkers van apparaten op die groepen uit het stopcontact, voor zover je daar veilig bij kunt.
- Zet de aardlekschakelaar weer aan. Valt hij direct opnieuw uit, laat hem dan uit en bel een elektricien.
- Blijft hij aan, schakel de groepen dan één voor één in. Valt de aardlekschakelaar bij een groep opnieuw uit, laat die groep dan uitgeschakeld.
- Blijven de groepen aan, sluit de losgekoppelde apparaten dan één voor één weer aan. Valt de stroom bij een apparaat opnieuw uit, gebruik dat apparaat niet meer totdat het is gecontroleerd of vervangen.
Raak geen natte stekker, beschadigd snoer of apparaat met zichtbare schade aan. Een groep aanwijzen is geen sluitend bewijs dat je de precieze oorzaak hebt gevonden. De fout kan bijvoorbeeld ook in een vaste aansluiting zitten.
Wanneer moet je een elektricien inschakelen?
Bel een elektricien als de aardlekschakelaar opnieuw uitvalt en je geen duidelijke oorzaak vindt. Doe dat ook als hij direct uitvalt terwijl de betrokken groepen uit staan. Bij brandlucht, vocht, verkleuring of zichtbare schade in de meterkast moet je de installatie laten controleren voordat je weer schakelt.
Laat de verdachte groep of het verdachte apparaat uitgeschakeld tot de oorzaak is vastgesteld. Zo voorkom je dat een mogelijke fout ongemerkt gevaar blijft opleveren.



