Een aardlekschakelaar is een beveiliging in de groepenkast die de stroom uitschakelt als er te veel stroom weglekt. Daarmee verkleint hij de kans op een gevaarlijke elektrische schok en op brand door lekstroom.
De schakelaar bewaakt de groepen die erop zijn aangesloten. Ontstaat daar een te grote lekstroom, dan worden die groepen uitgeschakeld. Andere groepen in de woning kunnen gewoon stroom houden als ze op een andere beveiliging zijn aangesloten.
Wat is een aardlekschakelaar en waarvoor dient hij?
Een aardlekschakelaar controleert of de stroom die naar apparaten en verlichting gaat ook weer terugkomt. Is er een te groot verschil, dan wijst dat op lekstroom: stroom die een andere weg neemt dan bedoeld.
Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als een beschadigde draad contact maakt met de metalen buitenkant van een apparaat. Raak je die buitenkant aan, dan kan er stroom door je lichaam lopen. De aardlekschakelaar kan het verschil in stroom opmerken en de aangesloten groepen uitschakelen.
Een aardlekschakelaar biedt extra bescherming, maar maakt elektriciteit niet ongevaarlijk. Een schok kan nog steeds optreden voordat de schakelaar uitschakelt. Ook herkent hij niet iedere situatie waarin iemand stroom kan krijgen.
Hoe meet een aardlekschakelaar lekstroom?
In een gewone stroomkring loopt stroom via de fasedraad naar een apparaat en via de nuldraad terug. De aardlekschakelaar vergelijkt voortdurend die twee stromen. Normaal gesproken zijn ze even groot.
Loopt een deel van de stroom langs een andere weg, dan ontstaat er een verschil. Bereikt dat verschil de gevoeligheid van de aardlekschakelaar, dan schakelt hij de aangesloten stroomkringen uit. De lekstroom hoeft daarbij niet per se via een aarddraad te lopen.
Wat betekent 30 mA op een aardlekschakelaar?
De aanduiding 30 mA geeft de gevoeligheid voor lekstroom aan. De afkorting mA staat voor milliampère. Een waarde van 30 mA is gelijk aan 0,03 ampère. Voor extra bescherming van personen wordt in woningen vaak een aardlekschakelaar van 30 mA gebruikt.
Op de schakelaar staat ook een waarde in ampère, bijvoorbeeld 40 A. Dat is iets anders: die waarde geeft aan welke stroom de schakelaar onder de juiste omstandigheden kan voeren. Ze zegt niet bij hoeveel lekstroom de schakelaar ingrijpt.
Er zijn ook aardlekschakelaars met andere gevoeligheden. Een hogere waarde is niet automatisch geschikt voor dezelfde bescherming als 30 mA. Welke beveiliging past, hangt af van de installatie en het doel.
Wat bewaakt een aardlekschakelaar niet?
Een gewone aardlekschakelaar reageert op een verschil tussen de heen- en teruggaande stroom. Hij beschermt niet zelfstandig tegen overbelasting of kortsluiting. Daarvoor is een installatieautomaat of zekering nodig. Een aardlekautomaat combineert beide beveiligingen in één apparaat.
Een aardlekschakelaar vervangt ook de aarding van een installatie niet. Samen met andere beveiligingen helpt hij de gevolgen van een elektrische fout te beperken.
De testknop op een aardlekschakelaar is bedoeld om de werking te controleren. Bij een test gaan de aangesloten groepen uit. Volg voor het testen de aanwijzingen van de fabrikant.



