Een glasvezelaansluiting in de meterkast bestaat meestal uit een klein aansluitpunt aan de muur. Hierop komt vaak een glasvezelkastje dat het signaal geschikt maakt voor je modem. Is de aansluiting aanwezig en actief, dan kun je meestal zelf de apparatuur van je provider aansluiten.
Zit er nog geen aansluitpunt in huis? Dan legt een monteur van de netwerkbeheerder de verbinding aan. Je hebt pas internet als je ook een abonnement hebt en de aansluiting is geactiveerd.
Zo herken je een glasvezelaansluiting in de meterkast
Het aansluitpunt is vaak een klein wit of grijs kastje aan de muur. Het kan op verschillende plekken in de meterkast zitten, bijvoorbeeld laag bij de vloer. Er kan een dunne kabel uit de vloer of muur naartoe lopen. De vorm verschilt per netwerkbeheerder.
Op het aansluitpunt zit soms al een tweede apparaat: het glasvezelkastje. Dat heeft meestal lampjes en een stroomaansluiting. Het zet het lichtsignaal uit de glasvezel om naar een signaal voor je modem. Het aansluitpunt zelf heeft meestal geen stroom nodig.
Zie je geen aansluitpunt? Controleer dan ook de plek waar de kabels het huis binnenkomen, bijvoorbeeld in de woonkamer of bij de voordeur. Met een postcodecheck bij een provider of netwerkbeheerder kun je nagaan of glasvezel op je adres beschikbaar is. Beschikbaarheid betekent niet altijd dat er al een aansluiting in je woning zit.
Hoeveel ruimte is nodig in de meterkast?
Maak een stuk muur vrij waar de monteur bij kan. Als globale richtlijn wordt soms ongeveer 20 bij 12 centimeter genoemd voor het aansluitpunt. De benodigde ruimte verschilt per kastje en er moet ook plek zijn voor kabels en eventuele apparatuur. De monteur beoordeelt daarom ter plekke wat past.
Houd de meterkast goed bereikbaar en zet geen spullen tegen het kastje aan. Glasvezelkabel is kwetsbaar: voorkom scherpe bochten en trek niet aan een kabel die al is aangesloten.
Voor een glasvezelkastje en modem is stroom nodig. Controleer vooraf of er een geschikt stopcontact bereikbaar is. Is de meterkast erg vol, bespreek de plek dan met de monteur voordat de aansluiting wordt gemaakt.
De apparatuur bij het aansluitpunt aansluiten
Heb je een werkend aansluitpunt en een abonnement? Kijk dan welke apparatuur je provider heeft geleverd. Vaak gaat de verbinding via een glasvezelkastje naar de internetpoort van het modem. Daarvoor gebruik je doorgaans de meegeleverde netwerkkabel.
Sluit het glasvezelkastje en het modem aan op stroom. Wacht tot de apparaten zijn opgestart en controleer de lampjes. De betekenis van de lampjes verschilt per apparaat, dus houd de instructies van je provider erbij. Sommige aansluitingen gebruiken een andere opstelling, bijvoorbeeld een modem met een geschikte glasvezelmodule.
Wil je het modem liever buiten de meterkast plaatsen? Dat kan vaak met een netwerkkabel tussen het glasvezelkastje en het modem. Zo hoeft het aansluitpunt zelf niet te worden verplaatst.
Wat als de aansluiting nog niet werkt?
Controleer eerst of beide apparaten stroom krijgen en of de stekkers goed vastzitten. Kijk ook of de startdatum van je abonnement al is geweest. Een aanwezig aansluitpunt geeft niet automatisch een actieve internetverbinding.
Blijft de verbinding uit, neem dan contact op met je provider. Maak het vaste aansluitpunt niet zelf open en trek de dunne glasvezelkabel er niet uit. De provider kan controleren of de aansluiting actief is en zo nodig een monteur inschakelen.



