Een led strip aansluiten doe je meestal door de strip met een passende voeding te verbinden. Gebruik je een controller om het licht te bedienen, dan komt die tussen de voeding en de strip. Gebruik onderdelen met passende spanning, vermogen en aansluitingen en steek de stekker pas in het stopcontact als alles is aangesloten.
Met een complete set zijn de onderdelen vaak al op elkaar afgestemd. Bij losse onderdelen stem je de spanning, het vermogen en de aansluitingen op elkaar af.
Wat heb je nodig voor het aansluiten?
Leg de onderdelen vooraf klaar en bepaal waar de voeding komt. Die moet bereikbaar blijven en genoeg ruimte hebben om warmte kwijt te kunnen. Voor de meeste installaties heb je het volgende nodig:
- Een led strip met de gewenste lengte.
- Een voeding met dezelfde uitgangsspanning als de strip en voldoende vermogen.
- Een controller als je de helderheid of kleuren wilt regelen.
- Passende aansluitkabels en, als dat nodig is, connectoren voor jouw type strip.
- Eventueel een aluminium profiel om de strip te bevestigen en warmte af te voeren.
De benodigde spanning van de strip vind je op het label of in de handleiding. Een strip van 12 volt heeft een voeding met een uitgang van 12 volt nodig; voor een strip van 24 volt gebruik je een voeding van 24 volt.
Een led strip die voor 230 volt is gemaakt, vraagt om een daarvoor geschikte aansluiting. Sluit een 12- of 24-voltstrip nooit rechtstreeks aan op netspanning.
Het benodigde vermogen van de voeding
De voeding moet genoeg vermogen leveren voor de hele aangesloten strip. Bereken dat door het vermogen per meter te vermenigvuldigen met het aantal meters. Sluit je meerdere strips op dezelfde voeding aan, tel hun vermogens dan bij elkaar op.
Een rekenvoorbeeld: een strip van 5 meter die 10 watt per meter gebruikt, vraagt in totaal 50 watt. Als richtlijn kun je een voeding kiezen waarbij je ongeveer 80% van het maximale vermogen gebruikt. Bij 50 watt kom je dan uit op een voeding van minimaal ongeveer 63 watt.
Een te lichte voeding kan overbelast raken. Een eventuele controller moet het totale vermogen van de aangesloten strip aankunnen.
Led strip aansluiten in vijf stappen
Bij een strip met een losse controller is de gebruikelijke volgorde: stopcontact, voeding, controller en led strip. Zonder controller verbind je de strip rechtstreeks met de uitgang van de voeding.
- Maak alles spanningsloos. Haal de stekker van de voeding uit het stopcontact voordat je aansluitingen maakt of aanpast. Laat werkzaamheden aan vaste bedrading over aan een elektricien als je niet weet hoe je veilig werkt.
- Aansluitpunten en markeringen. Zoek op de voeding, controller en strip naar de markeringen. Bij een eenkleurige strip zijn dat meestal een plus en een min. Bij een kleurenstrip kunnen er meer aansluitpunten zijn.
- Verbind de strip met de controller. Gebruik de bijpassende stekker of connector en zorg dat de markeringen op elkaar aansluiten. Heeft de strip geen controller nodig, verbind hem dan met de uitgang van de voeding.
- Sluit de controller aan op de voeding. Verbind plus met plus en min met min en steek de stekkers stevig vast. Forceer een stekker niet als deze niet past.
- Test de aansluiting. Steek de stekker in het stopcontact en test of de hele strip brandt. Test ook de kleuren en de dimfunctie als je die hebt. Haal de stekker weer uit het stopcontact voordat je iets verandert.
Test de strip niet terwijl die nog strak op de rol zit. Leg hem uit op een geschikte ondergrond, zodat warmte weg kan. Werkt alles goed, dan kun je de strip definitief bevestigen.
De led strip na de test bevestigen
Maak de ondergrond eerst droog, stofvrij en vetvrij. Verwijder daarna steeds een klein stuk beschermfolie van de plaklaag en druk de strip voorzichtig vast. Zo kun je makkelijker een rechte lijn maken dan wanneer je alle folie in één keer verwijdert.
Een aluminium profiel helpt bij de warmteafvoer en geeft de strip een stevige ondergrond. Een afdekkap kan het licht gelijkmatiger verdelen en maakt schoonmaken makkelijker. Zorg dat de strip en de kabels niet strak onder spanning staan en dat je de voeding bereikbaar houdt.
Komt de strip in een vochtige ruimte of buiten? Kies dan onderdelen die geschikt zijn voor die plek. Dat geldt niet alleen voor de strip, maar ook voor de voeding, connectoren en andere verbindingen.
Veelgestelde vragen over een led strip aansluiten
Kan je een led strip verkeerd aansluiten?
Ja. Als de plus en min verkeerd zijn verbonden of de spanning niet klopt, kan de strip niet werken of beschadigd raken. Verbind daarom de aansluitingen volgens de markeringen voordat je de stekker aansluit.
Hoeveel led strips kunnen op één voeding?
Dat hangt af van het totale vermogen en de spanning. Tel het vermogen van alle strips op en kies een voeding met dezelfde uitgangsspanning en voldoende capaciteit. De controller moet het totale vermogen van de aangesloten strips aankunnen.
Waarom brandt de led strip niet na het aansluiten?
Zorg dat de voeding spanning krijgt en steek alle stekkers stevig vast. Haal daarna de stekker uit het stopcontact en verbind de aansluitingen volgens de plus-, min- en eventuele kleurmarkeringen. Gebruik een voeding, controller en strip met dezelfde spanning.
Brandt de strip tijdens de test goed? Werk de kabels dan netjes weg zonder ze af te knellen. Laat de voeding bereikbaar, zodat je de aansluiting later kunt controleren.



