Led strip knippen en koppelen: zo doe je het

led strip knippen en koppelen

Een led strip knippen en koppelen doe je door de stroom uit te schakelen, op de aangegeven knipmarkering te knippen en de delen met een passende connector of soldeerverbinding te verbinden. Controleer daarbij of de contactpunten en de plus- en mintekens op elkaar aansluiten.

Niet iedere strip kun je op elke plek doorknippen. Ook passen connectoren niet op alle soorten strips. Kijk daarom eerst naar de markeringen en de uitvoering van jouw strip.

Wat heb je nodig om de delen te verbinden?

Voor een strip op 12 of 24 volt heb je een schaar en een geschikte connector nodig. Wil je de delen op afstand van elkaar plaatsen, gebruik dan een connector met kabel. Je kunt de contactpunten ook met draad aan elkaar solderen.

Een connector moet passen bij de breedte van de strip en het aantal contactpunten. Een witte ledstrip heeft doorgaans minder aansluitingen dan een RGB-strip, die verschillende kleuren kan weergeven. Een COB-strip kan een eigen type connector nodig hebben. Controleer ook of de connector geschikt is voor de spanning van de strip.

Led strip knippen en koppelen in stappen

  1. Haal de stekker van de voeding uit het stopcontact. Werk nooit aan een strip die nog onder spanning staat.
  2. Meet de gewenste lengte en zoek de dichtstbijzijnde knipmarkering. Die staat vaak aangegeven met een schaartje of een lijn tussen de contactpunten.
  3. Knip recht over de markering. Knip je ergens anders, dan kan het laatste deel van de strip niet meer werken en kun je contactpunten beschadigen.
  4. Open de connector en schuif beide stripdelen volgens de aanwijzingen in het koppelstuk. De contactpunten van de strip moeten onder de contacten van de connector liggen.
  5. Controleer de markeringen. Verbind plus met plus en min met min. Bij een meerkleurige strip moeten ook de kleurkanalen op de juiste contactpunten aansluiten.
  6. Sluit de connector en controleer of de stripdelen vastzitten. Sluit daarna de voeding weer aan en test de verbinding voordat je de strip definitief vastplakt.

Heeft de strip pijlen voor de richting van het signaal? Zorg dan dat die bij het koppelen dezelfde richting op wijzen. Dit is vooral van belang bij strips waarvan de leds afzonderlijk aangestuurd kunnen worden.

Een connector gebruiken of solderen?

Een connector is handig als je snel wilt werken en niet wilt solderen. Het nadeel is dat een verkeerd geplaatste strip of een slecht passend koppelstuk geen goed contact maakt. Ook neemt een connector wat ruimte in, waardoor hij niet altijd in een smal profiel past.

Solderen geeft een stevige verbinding, maar vraagt meer handigheid. Verbind de bijbehorende contactpunten met draad en zorg dat de verbindingen elkaar niet raken. Isoleer de soldeerpunten voordat je de voeding aansluit.

Bij een strip met een beschermlaag kan een speciale connector nodig zijn. Verwijder die laag niet zomaar: daarmee kun je de bescherming tegen vocht aantasten. Een geknipte strip voor buiten of een vochtige ruimte moet bij de verbinding en het uiteinde opnieuw geschikt worden afgedicht.

Wat doe je met het afgeknipte stuk?

Een afgeknipt deel kun je vaak opnieuw gebruiken, zolang het op de juiste markering is geknipt en nog bruikbare contactpunten heeft. Koppel het aan een passend stripdeel of sluit het met een geschikte aansluiting op een eigen voeding aan. Let ook hier op de contactmarkeringen en eventuele pijlen.

Tel bij het verlengen het vermogen van alle gekoppelde delen bij elkaar op. De voeding en eventuele controller moeten dat totale vermogen aankunnen. Wordt de strip aan het einde zichtbaar minder fel, dan kan extra voeding op een ander punt nodig zijn.

Deze stappen zijn bedoeld voor laagspanningsstrips. Gebruik bij een strip voor netspanning alleen onderdelen die daarvoor zijn gemaakt en laat het knippen en aansluiten bij twijfel aan een vakman over. Controleer na het koppelen altijd of de hele strip goed brandt en of de verbindingen stevig vastzitten.

Scroll naar boven