Een deur in een lattenwand maken: zo pak je het aan

lattenwand deur maken

Een deur in een lattenwand maken doe je het makkelijkst door een bestaande vlakke deur te bekleden met dezelfde latten of panelen als de wand. Laat het patroon over de deur doorlopen en houd bij de randen genoeg ruimte vrij, zodat de deur open kan zonder tegen de wand te schuren.

Wil je de deur zo min mogelijk laten opvallen? Dan zijn vooral de ligging van de deur, de draairichting en de scharnieren bepalend. Bij een deur met een uitstekend kozijn of zichtbare scharnieren blijft vaak een deel van de constructie zichtbaar.

Controleer eerst of de deur geschikt is

Een vlakke, stevige deur is het eenvoudigst te bekleden. Bij een deur met sierlijsten of verdiepte panelen is het lastiger om de bekleding vlak en stevig vast te zetten. Een lichte, holle deur kan ook problemen geven: het extra gewicht belast de scharnieren en schroeven hebben niet overal grip.

Controleer of de deur soepel draait en goed sluit voordat je begint. Kijk ook of het slot en de scharnieren het extra gewicht aankunnen. Bij een zware bekleding kan aangepast deurbeslag nodig zijn.

De bekleding maakt de deur dikker. Test daarom of de beklede deur langs het kozijn en de wand kan draaien. Vooral aan de scharnierkant kan een lat tegen de wand botsen. Soms moet je de bekleding daar verder van de rand houden of ander beslag gebruiken.

Een deur in een lattenwand maken in stappen

  • 1. Meet de deur en de opening. Meet de hoogte en breedte van de deur op meerdere plekken. Controleer ook hoe ver de deur ten opzichte van de wand naar voren of naar achteren ligt. Door die ligging en de dikte van het paneel te vergelijken, zie je of de bekleding op de deur gelijk kan komen met de beklede wand.
  • 2. Bepaal het patroon. Zet met potlood uit waar de latten op de wand en de deur komen. Laat de tussenruimtes op elkaar aansluiten. Maak ook een plan voor de kier rondom de deur: die mag het patroon onderbreken, maar mag niet worden dichtgezet.
  • 3. Test de draairuimte. Houd een stuk van het gekozen materiaal tijdelijk tegen de deur en beweeg de deur langzaam open en dicht. Controleer vooral de scharnierkant, de bovenkant en de vloer. Houd ook rekening met een eventuele deurklink.
  • 4. Zaag de bekleding op maat. Zaag de stukken voor de deur pas nadat je de benodigde ruimte aan alle kanten hebt gecontroleerd. Werk de zaagranden netjes af, vooral waar ze zichtbaar blijven als de deur openstaat.
  • 5. Bevestig de bekleding. Maak de deur schoon en gebruik een bevestiging die geschikt is voor zowel de deur als het paneel. Zorg dat de bekleding goed wordt ondersteund, zodat randen niet loskomen of kromtrekken. Schroef niet op plekken waar het slot of andere onderdelen in de deur zitten.
  • 6. Controleer de deur opnieuw. Open en sluit de deur meerdere keren. Kijk of niets schuurt, of het slot goed werkt en of de bekleding stevig vastzit.

Een meterkastdeur of kastdeur bekleden

Ook een kastdeur kun je in het lattenpatroon opnemen. Houd wel toegang tot de kast en zorg dat een eventuele ventilatieopening vrij blijft. Bij een meterkastdeur mag de bekleding het openen of de bereikbaarheid van de voorzieningen niet hinderen.

Wil je een brandwerende deur bekleden? Laat eerst beoordelen of de aanpassing is toegestaan. Extra materiaal of gewijzigd beslag kan invloed hebben op de werking van de deur.

Een volledig onzichtbare deur vraagt soms om een vlakliggend kozijn en aangepast beslag. Met een bestaande deur kun je al veel bereiken door de latten goed uit te lijnen en de kier rondom netjes af te werken.

Scroll naar boven