Cat 5 kabel aansluiten: zo maak je een werkende verbinding

cat 5 kabel aansluiten

Een cat 5 kabel aansluiten doe je door de acht aders in de juiste volgorde in een passende RJ45-stekker te steken en de stekker met een netwerktang vast te knijpen. Gebruik aan beide uiteinden hetzelfde aansluitschema en test de kabel voordat je hem in gebruik neemt.

Heb je al een kabel met stekkers aan beide kanten? Dan hoef je niets te knippen: steek de ene stekker in je router of switch en de andere in je apparaat.

Wat heb je nodig voor het aansluiten?

Voor een losse cat 5 of cat 5e kabel met open uiteinden heb je het volgende nodig:

  • RJ45-stekkers die passen bij de kabel en de aders.
  • Een RJ45-netwerktang om de stekkers vast te knijpen.
  • Een kabelstripper of een geschikte kniptang.
  • Een kabeltester om de verbinding te controleren.

Controleer bij de keuze van de stekker of de kabel stugge of soepele aders heeft. Niet elke stekker is voor beide geschikt. Stugge kabel gebruik je vaak voor een vaste aansluiting. Soepele kabel is handiger voor een losse kabel tussen apparaten.

Cat 5 kabel aansluiten in vijf stappen

Haal de kabel eerst uit alle aangesloten apparaten. Knip hem daarna op de gewenste lengte en houd wat extra ruimte over om prettig te kunnen werken.

  1. Strip de buitenmantel. Verwijder voorzichtig een stukje van de buitenste kabelmantel, zodat je de vier gedraaide aderparen ziet. Beschadig de isolatie van de afzonderlijke aders niet.
  2. Leg de aders op volgorde. Maak de uiteinden van de paren los en leg de acht aders volgens één aansluitschema naast elkaar. Draai de paren niet verder los dan nodig.
  3. Knip de aders recht af. Zorg dat alle uiteinden even lang zijn en kort genoeg om de buitenmantel ook een stukje in de stekker te laten vallen.
  4. Plaats en bevestig de stekker. Schuif de aders helemaal in de RJ45-stekker. Controleer of ze nog op volgorde liggen en tot aan het uiteinde komen. Knijp de stekker daarna vast met de netwerktang.
  5. Herhaal en test. Sluit het andere uiteinde op dezelfde manier aan. Controleer met de kabeltester of alle acht aders op de juiste contacten zijn aangesloten.

Gebruik je een gewoon recht aansluitschema, kies dan aan beide uiteinden T568A of aan beide uiteinden T568B. De kleurmarkeringen op een wandcontactdoos kunnen op een andere plek staan dan de aders in een stekker: volg daar de markeringen op de contactdoos.

Waar let je op bij een bestaande cat 5 kabel?

Op de mantel staat meestal of je een cat 5 of cat 5e kabel hebt. Beide sluit je op dezelfde manier aan, maar cat 5e is geschikt voor hogere netwerksnelheden. Een oudere cat 5 kabel kan daardoor een beperking zijn als je een snelle verbinding wilt.

Werkt de kabel na het aansluiten niet? Kijk dan of een ader is verschoven of niet ver genoeg in de stekker zit. Een beschadigde of verkeerd vastgeknepen stekker kun je niet betrouwbaar herstellen: knip hem af en plaats een nieuwe. Test de cat 5 kabel daarna opnieuw voordat je hem achter meubels of in een kabelgoot wegwerkt.

Scroll naar boven