5-aderige kabel aansluiten: zo pak je het veilig aan

5 aderige kabel aansluiten

Een 5-aderige kabel aansluiten doe je door elke ader volgens het aansluitschema van de installatie en het apparaat op de juiste klem te zetten. Bij een gebruikelijke driefasenaansluiting zijn dat drie fasen, een nul en een aarde. Maak de installatie eerst spanningsloos en controleer dit met een tweepolige spanningstester. Weet je niet zeker welke aansluiting je hebt? Laat het werk dan door een elektricien uitvoeren.

Welke ader hoort op welke klem?

Een moderne 5-aderige kabel voor een driefasenaansluiting heeft meestal de volgende kleuren. De letters vind je terug op de aansluitklemmen:

  • Bruin: fase L1.
  • Zwart: fase L2.
  • Grijs: fase L3.
  • Blauw: nul, op klem N.
  • Geel-groen: aarde, op de aardklem met het aardesymbool.

Dit is een gebruikelijke indeling, geen garantie dat de kabel ook zo is aangesloten. Vooral bij een bestaande installatie kunnen aders een andere functie hebben. Ga daarom niet alleen op de kleur af: controleer beide uiteinden en het aansluitschema. De geel-groene ader gebruik je nooit als fase of nul.

Een 5-aderige kabel aansluiten in stappen

  • Controleer de aansluiting. Stel vast of de kabel voor een driefasenaansluiting of een andere toepassing bedoeld is. Controleer ook of de kabel en beveiliging passen bij het apparaat en de installatie.
  • Schakel de voeding uit. Schakel alle betrokken groepen uit en zorg dat niemand ze tijdens het werk weer inschakelt.
  • Controleer op spanning. Meet met een geschikte tweepolige spanningstester tussen de fasen onderling en tussen elke fase en nul en aarde. Controleer ook de werking van de tester voor en na de meting.
  • Sluit de aders aan. Volg het aansluitschema en zet elke ader in de bijbehorende klem. Zorg dat er geen blank koper buiten de klem zichtbaar is en dat de kabel stevig vastzit.
  • Controleer de aansluiting. Kijk of de aders goed vastzitten, de aardverbinding aanwezig is en de behuizing gesloten kan worden. Laat de installatie zo nodig doormeten voordat je de spanning weer inschakelt.

Voor sommige apparaten maakt de volgorde van de fasen uit, bijvoorbeeld voor de draairichting van een motor. Laat die volgorde controleren als dat voor jouw apparaat van belang is.

Wat doe je met aders die je niet gebruikt?

Een 5-aderige kabel wordt niet altijd voor drie fasen gebruikt. Soms zijn één of meer aders over. Sluit een ongebruikte ader niet zomaar aan en verbind ongebruikte aders ook niet met elkaar. Werk elke ongebruikte ader aan beide uiteinden afzonderlijk veilig af in een geschikte klem, zodat er geen blank koper bereikbaar is.

Gebruik extra aders niet zomaar parallel om meer stroom te kunnen voeren. De kabeldikte en beveiliging moeten passen bij de belasting en de manier van aansluiten.

Let op bij een 5-aderige grondkabel

Bij een grondkabel met aardscherm kan naast de geïsoleerde aders ook een aardlitze aanwezig zijn. Het aantal aders vertelt dus niet altijd hoe de aarde is uitgevoerd. Controleer daarom de aanduiding op de kabel en laat bij onduidelijkheid vaststellen hoe het scherm en de aarde moeten worden aangesloten.

Een 5-aderige kabel aansluiten is pas verantwoord als de functie van elke ader aan beide uiteinden vaststaat. Is dat niet duidelijk, laat de aansluiting dan eerst beoordelen door een elektricien.

Scroll naar boven