Bij een UTP-kabel aansluiten volg je voor de kleuren meestal het T568B-schema: wit-oranje, oranje, wit-groen, blauw, wit-blauw, groen, wit-bruin en bruin. Die volgorde geldt voor de contacten 1 tot en met 8. Gebruik aan beide uiteinden van de kabel hetzelfde schema.
UTP-kabel aansluiten: kleurenschema per contact
Een UTP-kabel bevat acht aders, verdeeld over vier gedraaide paren. Elk paar bestaat uit een gekleurde ader en een bijbehorende witte ader met een kleurmarkering. In het schema hieronder betekent wit-oranje bijvoorbeeld: de witte ader met een oranje markering.
| Contact | T568B | T568A |
|---|---|---|
| 1 | Wit-oranje | Wit-groen |
| 2 | Oranje | Groen |
| 3 | Wit-groen | Wit-oranje |
| 4 | Blauw | Blauw |
| 5 | Wit-blauw | Wit-blauw |
| 6 | Groen | Oranje |
| 7 | Wit-bruin | Wit-bruin |
| 8 | Bruin | Bruin |
T568A en T568B zijn allebei bruikbare kleurenschema’s. Het verschil zit in de plaats van het groene en het oranje paar. Voor een gewone netwerkkabel gebruik je aan beide kanten dezelfde variant. Sluit je aan op een bestaande kabel, gebruik dan het schema dat aan de andere kant is gebruikt.
Zo lees je de kleuren op een RJ45-stekker
Houd de stekker met de metalen contacten naar je toe en het plastic lipje van je af. Richt de opening waar de kabel in gaat naar beneden. Dan lopen de contacten van links naar rechts van 1 tot en met 8.
Leg de aders naast elkaar in de volgorde van het gekozen schema. Onderscheid de witte aders aan hun gekleurde markering, die soms lastig te zien is. Bij T568B ligt de blauwe ader op contact 4, tussen wit-groen en wit-blauw. Groen komt pas op contact 6.
Draai de paren alleen los voor zover nodig om de aders op hun plaats te krijgen. Laat ze zo dicht mogelijk bij de aansluiting in elkaar gedraaid. Dat helpt om storingen in het signaal te beperken.
Kleurmarkeringen op een wandcontactdoos
Op een wandcontactdoos of aansluitmodule staan meestal gekleurde markeringen voor T568A en T568B. Volg de markeringen van één schema en gebruik aan de andere kant van de kabel hetzelfde schema.
De aansluitpunten op een module liggen niet altijd op volgorde van contact 1 tot en met 8 naast elkaar. Ga daarom af op de kleuren en nummers op de module zelf, niet op de volgorde waarin de aansluitpunten zijn geplaatst.
De kleurvolgorde na het aansluiten
Laat bij een doorzichtige stekker alle acht aders op de juiste plek zitten en goed tot aan de contacten reiken. Zorg dat de buitenmantel onder de trekontlasting zit. Daarmee voorkom je dat er bij het trekken aan de kabel direct kracht op de losse aders komt.
Met een netwerkkabeltester test je of alle contacten verbinding maken en of aders zijn verwisseld. Een eenvoudige tester ziet niet altijd of de gedraaide paren verkeerd zijn gecombineerd. Houd daarom ook bij een geslaagde test het kleurenschema aan.
Werkt de verbinding niet, gebruik dan aan beide uiteinden dezelfde volgorde volgens het gekozen schema. Onderscheid wit-groen en wit-oranje: die lijken op elkaar, maar horen ieder bij hun eigen paar.



