Zonnepanelen aansluiten op de meterkast gebeurt via een omvormer en een geschikte aansluiting in de groepenkast. Meestal komt daarvoor een aparte aansluiting voor de zonnepanelen, met passende beveiliging. Voor de aansluiting zijn een geschikte meterkast en een geschikte kabelroute nodig.
De panelen worden dus niet rechtstreeks op de meterkast aangesloten. De omvormer maakt van de opgewekte stroom wisselstroom die je in huis kunt gebruiken of aan het net kunt terugleveren.
Welke routes zijn er voor zonnepanelen aansluiten op de meterkast?
De meest directe route is een eigen kabel van de omvormer naar de groepenkast. Dit is vaak een goede keuze als er een bruikbare kabelroute en voldoende ruimte in de kast zijn.
Is een nieuwe kabel naar de meterkast lastig aan te leggen? Soms kan een installateur een bestaande leiding gebruiken met een PV-verdeler. Dat is een kleine verdeelkast waarmee de zonnepanelen en een bestaande stroomgroep veilig op die leiding worden aangesloten. Of dit kan, hangt onder meer af van de bestaande kabel, de beveiliging en het vermogen van de installatie. Niet iedere bestaande leiding is hiervoor geschikt.
Een derde mogelijkheid is de groepenkast aanpassen of vervangen voordat de zonnepanelen worden aangesloten. Dat kan nodig zijn als de kast vol, beschadigd of sterk verouderd is. Een extra kast kan soms een oplossing zijn, maar neemt niet automatisch problemen met de bestaande installatie weg.
Wat controleert de installateur vooraf?
Een vrije plek in de groepenkast betekent niet vanzelf dat de zonnepanelen erop kunnen. De onderdelen en kabels moeten de stroom uit het net en van de zonnepanelen veilig aankunnen. Voor de aansluiting zijn onder meer deze punten van belang:
- Het vermogen van de omvormer en de beschikbare capaciteit van de aansluiting.
- De aanwezigheid en staat van de hoofdschakelaar en de beveiligingen.
- De belasting van de groepenkast door stroom uit het net én van de zonnepanelen.
- De lengte en ligging van de kabel tussen de omvormer en de meterkast.
- De eisen van de fabrikant van de omvormer en de toepasselijke installatieregels.
Bij een grote afstand tussen de omvormer en de meterkast moet de kabel daarop worden afgestemd. Een ongeschikte kabel kan te veel spanningsverlies veroorzaken of te warm worden.
Hoe verloopt het aansluiten?
De installateur bepaalt de kabelroute en de benodigde beveiliging. Vervolgens wordt de verbinding tussen de omvormer en de groepenkast aangelegd. Daarna test de installateur de aansluitingen en de werking van de installatie.
Een schema kan helpen om de route te begrijpen: zonnepanelen, omvormer, beveiligde aansluiting in de groepenkast, elektriciteitsmeter en elektriciteitsnet. De precieze uitvoering hangt af van jouw installatie. Dit schema is daarom geen aansluitschema om zelf bedrading op aan te sluiten.
Laat het werk uitvoeren door een vakbekwaam installateur. Ook als de stroom in huis is uitgeschakeld, kunnen de kabels vanaf de zonnepanelen onder spanning staan wanneer er licht op de panelen valt.
Na de aansluiting: teruglevering controleren en aanmelden
De stroom van de zonnepanelen wordt eerst gebruikt door apparaten die op dat moment aanstaan. Wat overblijft, gaat doorgaans naar het elektriciteitsnet. Daarvoor moet de elektriciteitsmeter teruglevering kunnen registreren.
Meld de zonnepanelen aan via energieleveren.nl. Zo weet de netbeheerder dat er een opwekinstallatie op jouw aansluiting zit en kan die bepalen of de meter teruglevering kan registreren. Lees na de ingebruikname op de omvormer af of er stroom wordt opgewekt en laat een niet bijgewerkte groepenkaart aanpassen.
Bespreek vooraf met de installateur de ruimte, de kabelroute en eventuele aanpassingen aan de meterkast. De installateur bepaalt of de zonnepanelen direct kunnen worden aangesloten of dat eerst ruimte, een andere kabelroute of een aanpassing van de kast nodig is.



