Een relais aansluiten doe je door de stuurspanning op de spoelaansluitingen te zetten en het apparaat via de schakelcontacten te verbinden. Welke aansluitingen je gebruikt, hangt af van het type relais en van wat je wilt schakelen. Gebruik een relais met een spoel die bij de stuurspanning past en contacten die geschikt zijn voor het apparaat.
Een relais heeft meestal twee gescheiden stroomkringen: de stuurkring bedient de spoel en de geschakelde kring voedt het apparaat. Daardoor kun je met een kleine schakelaar een apparaat met een grotere stroom schakelen.
Welke aansluitingen heeft een relais?
Op een elektromechanisch relais staan vaak letters of nummers bij de aansluitingen. Dit zijn veelvoorkomende aanduidingen:
- A1 en A2: de aansluitingen van de spoel. Hierop komt de stuurspanning.
- COM: het gemeenschappelijke contact van de geschakelde kring.
- NO: het maakcontact. Dit contact is in rust open en sluit als de spoel wordt bekrachtigd.
- NC: het verbreekcontact. Dit contact is in rust gesloten en opent als de spoel wordt bekrachtigd.
Niet elk relais gebruikt deze letters. Sommige hebben bijvoorbeeld nummers of een schema op de behuizing. De aanduidingen of het schema op het relais of in de handleiding geven de functie van de aansluitingen aan.
Een relais aansluiten in stappen
Onderstaand voorbeeld gaat uit van een relais met een passend maakcontact. Het apparaat gaat aan zodra de spoel spanning krijgt.
- Schakel beide stroomkringen uit. Zorg dat de stuurkring en de kring van het apparaat spanningsloos zijn. Controleer dit met een geschikte tweepolige spanningstester.
- Sluit de spoel aan. Verbind A1 en A2 met de stuurkring, zodat de schakelaar de passende spanning op de spoel kan zetten. Sluit bij een gelijkspanningsspoel met ingebouwde elektronica de plus en min aan zoals aangegeven.
- Sluit het schakelcontact aan. Verbind de voeding van het apparaat met COM en verbind NO met het apparaat. De andere aansluiting van het apparaat gaat naar de retour van de voeding.
- Zet de aansluitingen vast. Zorg dat de aansluitingen vastzitten en dat er geen blanke draden bereikbaar zijn. Gebruik een geschikte behuizing.
- Test de werking. Schakel de voeding weer in en bedien de stuurkring. Bij een gewoon elektromechanisch relais hoor je vaak een klik en gaat het apparaat aan.
Wil je juist dat het apparaat aan is als de spoel géén spanning krijgt? Dan gebruik je bij een geschikt relais COM en NC. Gebruik COM en NC alleen als het veilig is dat het apparaat aan is zonder spanning op de spoel.
Voorbeeld met een relais op 12 volt
Heb je een relais met een spoel voor 12 volt gelijkspanning, dan kun je een passende 12voltvoeding en een schakelaar gebruiken om de spoel te bedienen. Zet de schakelaar in de stuurkring, zodat de spoel alleen spanning krijgt wanneer je de schakelaar inschakelt.
Via COM en NO kun je vervolgens een geschikt apparaat schakelen. De voeding voor dat apparaat hoeft niet dezelfde te zijn als de voeding van de spoel. De contacten moeten wel geschikt zijn voor de spanning, stroom en het soort belasting van dat apparaat. Een spoel voor 12 volt mag je niet rechtstreeks op 230 volt aansluiten.
Waar let je op bij de keuze van het relais?
De spoelspanning moet overeenkomen met de stuurspanning. De spoelspanning en de stuurspanning moeten allebei wisselspanning (AC) of allebei gelijkspanning (DC) zijn.
De schakelcontacten moeten geschikt zijn voor de spanning, stroom en het soort belasting van het apparaat. De toegestane stroom kan verschillen per spanning, per AC of DC en per soort apparaat. Een motor of ledvoeding kan bij het inschakelen kort meer stroom vragen dan tijdens normaal gebruik. Kies daarom geen relais uitsluitend op basis van het vermogen dat het apparaat tijdens gebruik opneemt.
Bij sommige gelijkspanningsrelais zit een blusdiode over de spoel. Die helpt de besturing te beschermen tegen een spanningspiek bij het uitschakelen. Door zo’n diode is de polariteit van de spoelaansluitingen wel van belang.
Wat als het relais niet schakelt?
Hoor je geen klik, dan kan de spoel de verkeerde spanning krijgen of kan de stuurkring onderbroken zijn. Hoor je wel een klik maar blijft het apparaat uit, sluit het apparaat dan aan op COM en het juiste contact. Een klik bewijst niet dat de contacten nog goed werken.
Met een multimeter meet je of er een onderbreking is en of de contacten werken. Meet weerstand of doorgang alleen als de betreffende kring spanningsloos is. Schakel bij metingen aan een installatie op netspanning een vakbekwaam elektricien in.
Kan een relais op 230 volt worden aangesloten?
Dat kan alleen als de betreffende spoel of de schakelcontacten voor die toepassing geschikt zijn. Een relais met contacten voor 230 volt heeft niet automatisch ook een spoel voor 230 volt. Dit zijn aparte gegevens.
Werken aan netspanning brengt gevaar voor een elektrische schok en brand mee. Laat de aansluiting door een vakbekwaam elektricien uitvoeren als je niet beschikt over de juiste kennis en meetmiddelen. Bij een relais kunnen zowel de stuurkring als de geschakelde kring een eigen voeding hebben. Beide moeten veilig worden uitgeschakeld voordat je aansluitingen aanraakt.
Veelgestelde vragen over een relais aansluiten
Wat is het verschil tussen een gewoon relais en een impulsrelais?
Een gewoon monostabiel relais blijft doorgaans alleen aangetrokken zolang de spoel bekrachtigd is. Een impulsrelais wisselt door een bedieningsimpuls van stand en blijft daarna in die stand. De aansluitwijze hangt af van de uitvoering.
Moet ik NO of NC gebruiken?
Gebruik NO als het apparaat aan moet gaan wanneer de spoel wordt bekrachtigd. Gebruik NC als het apparaat juist uit moet gaan wanneer de spoel wordt bekrachtigd.
Moeten de spoel en het apparaat dezelfde spanning hebben?
Nee. Bij een relais met gescheiden spoel en contacten kunnen de stuurkring en de geschakelde kring verschillende spanningen gebruiken. Beide moeten wel binnen de specificaties van hun eigen aansluitingen blijven.
Sluit de spoel aan op een passende stuurspanning en gebruik COM met het bedoelde NO- of NC-contact. Zo voorkom je dat het apparaat precies andersom reageert dan je verwacht.



