Een led lamp herken je het snelst aan drie dingen: het licht is helder en consistent zonder te flikkeren, de lamp wordt nauwelijks warm aan de buitenkant, en op het etiket staat een laag wattage (vaak 4 tot 15 watt) bij een hoge lumenwaarde. Weet je niet zeker wat voor lamp je in handen hebt? Hieronder zie je stap voor stap waar je op moet letten.
Kijk naar het licht zelf
Led lampen geven helder, stabiel licht zonder te knipperen of te dimmen. Een traditionele gloeilamp geeft warm, ietwat geel licht dat merkbaar kan flikkeren, zeker op het einde van de levensduur. Een led lamp flikkert in principe niet, tenzij er een technisch probleem is met de dimmer of de voeding. Het licht van een led kan koel wit (blauwachtig) zijn, maar ook warm wit, afhankelijk van de kleurtemperatuur die op de verpakking staat. Die kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin: 2700 K geeft warm licht, vergelijkbaar met een gloeilamp, terwijl 4000 K of hoger koel en helder aanvoelt.
Controleer het etiket en de verpakking
Op elke lamp staat een etiket met technische gegevens. Bij een led lamp zie je altijd het woord “LED” vermeld, maar let ook op de combinatie van watt en lumen. Een led lamp van 8 watt geeft ruwweg evenveel licht als een gloeilamp van 60 watt. Die verhouding is een betrouwbaar signaal: een laag wattage bij een hoge lumenwaarde wijst bijna altijd op led. Staat er een hoog wattage (60 watt of meer) bij dezelfde lichtopbrengst? Dan is het waarschijnlijk geen led.
Let ook op de aanduiding “LED” in de productnaam of typeaanduiding. Fabrikanten zijn verplicht om dit op de verpakking te zetten. Staat er niets op de lamp zelf? Kijk dan op de doos of op de webpagina van het product.
Voel aan de lamp na gebruik
Led lampen blijven relatief koel, ook na langdurig gebruik. Een gloeilamp wordt na een paar minuten gloeiend heet, een halogeenlamp eveneens. Spaarzame lampen (TL-starters) worden warm, maar minder dan gloeilampen. Een led lamp voelt na een uur branden misschien licht warm aan, maar je kunt hem gewoon aanraken zonder je te branden. Dit is een van de makkelijkste manieren om achteraf te controleren wat voor lamp je hebt.
Bekijk de vorm en de behuizing
Led lampen zijn te herkennen aan kleine lichtpuntjes of strips in de kap, de zogenoemde leds. In veel moderne lampen zijn deze verborgen achter een melkwit diffusorkapje, maar bij open of transparante varianten zie je de losse led-chips zitten. Dat zijn kleine vierkante of rechthoekige lichtpuntjes, soms op een sterpje of strip gemonteerd. Een gloeilamp heeft een zichtbaar wolfraamdraad; een spaarlamp heeft een spiraalvormige buis. Zie je geen draad en geen buis, maar wel kleine lichtpuntjes of een plat paneel? Dan is het vrijwel zeker een led.
Hoe herken je een led lamp aan het fitting en de code
Led lampen zijn er in bijna alle gangbare fittingen: E27 (de grote draaibare fitting), E14 (de kleine fitting, ook wel kaarsfitting), GU10 (de inbouwspot) en GU5.3 of MR16 (de kleine halogeen-vervanger). De fitting zegt op zichzelf niets over het lamptype, maar de productcode wel. Codes als “LED-E27” of “GU10-LED” bevestigen dat het om een led gaat. Bij tweedehandse lampen zonder verpakking helpt de vorm het meest: een GU10-lamp met een zichtbaar circuit aan de onderkant is vrijwel altijd een led.
Twijfel je echt? Gebruik dan een wattmeter op het stopcontact. Een led lamp trekt veel minder stroom dan zijn lichtopbrengst doet vermoeden. Meet je minder dan 15 watt voor een lamp die vergelijkbaar licht geeft als een 60 watt gloeilamp, dan is het vrijwel zeker een led.
Met deze kenmerken (stabiel licht, laag wattage, koele behuizing, zichtbare led-chips en de aanduiding op het etiket) kun je in de meeste gevallen binnen een paar seconden bepalen of je met een led lamp te maken hebt.



