Bewegingsmelder aansluiten met 3 draden: zo werkt het

bewegingsmelder aansluiten 3 draden

Een bewegingsmelder aansluiten met 3 draden doe je meestal met een bruine fasedraad op L, een blauwe nuldraad op N en een zwarte schakeldraad op de uitgang naar de lamp. Die uitgang heet vaak L’ of L1. De lamp heeft daarnaast een eigen verbinding met de nuldraad nodig.

Controleer voor je begint het aansluitschema van de fabrikant. De aanduidingen en de manier van aansluiten kunnen per melder verschillen. Werk alleen aan de installatie als je weet hoe je veilig spanningsvrij werkt. Laat de aansluiting anders door een elektricien maken.

Welke drie draden gebruik je?

Een driedraads bewegingsmelder heeft doorgaans een eigen voeding nodig en een uitgang die de lamp schakelt:

  • L, meestal bruin: de fasedraad brengt de voeding naar de melder.
  • N, meestal blauw: de nuldraad is nodig voor de voeding van de melder en loopt ook naar de lamp.
  • L’ of L1, meestal zwart: de schakeldraad voert de geschakelde spanning van de melder naar de lamp.

De melder verbindt de fase met de schakeldraad wanneer hij beweging detecteert. Vertrouw niet alleen op de kleuren: vooral bij oudere of aangepaste installaties kunnen die afwijken. Laat onbekende draden door een elektricien identificeren.

Bewegingsmelder aansluiten met 3 draden in stappen

  1. Schakel de spanning uit. Zet de betreffende groep of de hoofdschakelaar uit en voorkom dat iemand de spanning weer inschakelt terwijl je werkt.
  2. Controleer of de draden spanningsvrij zijn. Gebruik een geschikte tweepolige spanningstester en controleer alle betrokken aansluitingen. Test de werking van de tester vóór en na de meting op een bekend spanningspunt.
  3. Sluit de voeding aan. Verbind de fasedraad met L en de nuldraad met N. Heeft de melder een aparte sokkel, sluit de draden dan aan op de aangegeven klemmen van die sokkel.
  4. Sluit de lamp aan. Verbind de schakeldraad naar de lamp met de geschakelde uitgang, vaak L’ of L1. De nuldraad van de lamp moet ook met de nul verbonden zijn, eventueel via een geschikte lasklem als de melder daarvoor geen aparte aansluiting heeft.
  5. Controleer de aarde. Is er een groen-gele aarddraad aanwezig, verbind die dan volgens het aansluitschema met de aardklem van de melder of, als de melder geen aarde nodig heeft, veilig door naar een lamp die wel aarde nodig heeft. Sluit aarde nooit op N aan.
  6. Monteer en test. Controleer of de draden stevig vastzitten en geen blank koper buiten de klemmen zichtbaar is. Monteer de melder, schakel de spanning weer in en test of de lamp op beweging reageert.

Wat als er geen blauwe draad aanwezig is?

Op de plek van een bestaande schakelaar zitten vaak alleen een bruine en een zwarte draad. Een driedraads melder die N nodig heeft, kun je daar niet zomaar op aansluiten: er moet ook een geschikte nuldraad beschikbaar zijn. Gebruik de aarddraad nooit als vervanging voor de nuldraad. Laat zo nodig een elektricien beoordelen hoe een nuldraad kan worden aangebracht.

Controleer ook of de aangesloten lamp past bij het opgegeven type en vermogen van de melder, vooral bij ledverlichting. Reageert de lamp niet zoals verwacht, schakel de spanning dan weer uit voordat je aansluitingen controleert. Stel na een geslaagde test de brandtijd en lichtgevoeligheid van de melder naar wens in.

Scroll naar boven