Een opbouw stopcontact aansluiten: zo pak je het aan

opbouw stopcontact aansluiten

Een opbouw stopcontact aansluiten doe je door de stroom uit te schakelen, de behuizing op de muur te bevestigen en de draden op de juiste aansluitpunten vast te zetten. Controleer eerst met een tweepolige spanningstester of alle draden spanningsloos zijn. Weet je niet zeker welke draad waarvoor dient? Laat de aansluiting dan over aan een elektricien.

Wat heb je nodig?

Kies een opbouwstopcontact dat past bij de plek waar je het wilt monteren. In een droge kamer kan een gewone uitvoering geschikt zijn. Op een vochtige plek heb je materiaal nodig dat voor die omstandigheden is gemaakt.

Voor de montage heb je doorgaans het volgende nodig:

  • Een opbouwstopcontact met passende invoer voor de buis of kabel.
  • Een tweepolige spanningstester.
  • Een schroevendraaier, striptang en zijkniptang.
  • Schroeven en zo nodig pluggen voor de muur.
  • Een potlood, waterpas en eventueel een boormachine.

Er moet een geschikte vaste stroomaansluiting op de montageplek aanwezig zijn. Gebruik installatiedraad niet los over de muur: deze hoort beschermd in een gesloten buis te liggen. Controleer voordat je boort of er geen leidingen of kabels op die plek in de muur zitten.

Opbouw stopcontact aansluiten in stappen

  • Schakel de groep uit. Zet in de meterkast de juiste groep uit en zorg dat niemand die tijdens het werk inschakelt. Controleer de spanningstester voor en na het meten op een punt waarvan je weet dat er spanning op staat. Meet vervolgens tussen alle aanwezige draden onderling, ook ten opzichte van aarde.
  • Maak de behuizing open. Verwijder de afdekking en bekijk waar de bevestigingsgaten en de invoer voor de buis of kabel zitten. Gebruik de invoer die voor jouw situatie geschikt is.
  • Bevestig de achterplaat. Teken de gaten af en zet de behuizing recht en stevig op de muur. Laat de buis of kabel netjes aansluiten op de invoer, zodat de draden niet onbeschermd buiten de behuizing liggen.
  • Sluit de draden aan. Bij een moderne installatie is bruin meestal de fasedraad, blauw de nuldraad en groen-geel de aardedraad. Sluit bruin aan op L, blauw op N en groen-geel op het aardesymbool. Zijn L en N niet aangegeven, volg dan het aansluitschema van het stopcontact. Strip de draden op de aangegeven lengte en zet ze goed vast.
  • Controleer en sluit af. Trek voorzichtig aan elke draad om te zien of die vastzit. Er mag geen blank koper buiten de klemmen zichtbaar zijn. Plaats de afdekking terug zonder draden af te klemmen.
  • Schakel de groep weer in. Test daarna of het stopcontact werkt, bijvoorbeeld met een lamp.

Waar moet je op letten bij de aansluiting?

Ga niet alleen af op de draadkleuren. In oudere installaties kunnen andere kleuren voorkomen of kunnen draden verkeerd zijn aangesloten. Een zwarte draad is vaak een schakeldraad en mag je niet zomaar als vaste voeding gebruiken.

Een geaard opbouwstopcontact heeft een goede aardverbinding nodig. Ontbreekt de aardedraad of weet je niet of de aarde werkt, laat de situatie dan controleren door een elektricien. Valt de stroom na het inschakelen direct uit, schakel de groep dan weer uit en laat de aansluiting nakijken.

Een netjes aangesloten opbouwstopcontact zit stevig tegen de muur, heeft een gesloten afdekking en laat nergens losse draden zien.

Scroll naar boven